Het Verdinaso
december 5, 2009 12 commenteren
Het Verdinaso, het Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen, spreekt ongeveer 70 jaar na z’n ontstaan nog steeds tot de verbeelding van vele solidaristen, Groot-Nederlanders, Heel-Nederlanders, nationalisten, corporatisten, … Het Verdinaso moet immers zowat de enige vernieuwende en elitaire vereniging geweest zijn die de laatste eeuw voortkwam uit de Vlaamse beweging, die heden een schim van zichzelf is en vastgeroest zit in interne debatclubjes met als praktische uitkomst intellectuele incest.
Na de Tweede Wereldoorlog is er immers nooit meer een beweging opgestaan die bracht wat het Verdinaso bracht: nieuwe en vernieuwende ideeën vanuit de hedendaagse maatschappelijke werkelijkheid, een blik op de toekomst vanuit een “Dietsch Rijksgevoel”, … met als codewoorden stijl, discipline, maar vooral: ORDE. Een elitaire gemeenschap met de Leiders van morgen. Naar een illustratie der leiderschapscapaciteiten hoeft men niet ver te zoeken: toen het Verdinaso door de Duitse bezetters verplicht werd te collaboreren tijdens de Tweede Wereldoorlog (wat meteen het einde van het Verdinaso betekende), kozen vele Dinaso’s voor het Belgisch verzet of hielden ze zich volledig afzijdig. Zij kozen er niet voor om slaafse jaknikkers te worden van de volksvreemde Duitse bezetter. Zij voelden zich immers géén Duitsers, maar wel Dietschers. Slechts een klein deel der Dinaso’s stapte wel in de collaboratie. Dat deze laatsten later quasi de volledige leiding van SS-Vlaanderen overnamen, is dan ook niet verwonderlijk: leiders leiden.
Wij publiceren hieronder twee teksten uit Hier Dinaso!, het tijdschrift van het Verdinaso. Onmiddellijk zal de aandachtige lezer merken dat vele ideeën en standpunten van het Verdinaso heden nog steeds brandend actueel zijn. Andere standpunten van het Verdinaso zijn perfect te plaatsen in de historische omkadering omtrent de opkomst van hedendaagse en/of historische fenomenen. Teksten uit het verleden, en zeker politieke teksten, dienen immers in hun tijdskader gezien te worden.
Wij hebben absoluut niet de pretentie om een nieuw Verdinaso te worden en nemen het programma van het Verdinaso dan ook niet over. Zulks zou trouwens compleet tegenstrijdig zijn met de principes van het Verdinaso, aangezien dit een nostalgisch teruggrijpen naar een oude en verloren maatschappij zou betekenen en dus geen toekomstgerichte visie impliceert. De maatschappelijke evolutie plaatst ons vandaag voor problemen van een andere en misschien wel grotere aard. We dienen na te denken vanuit een hedendaags kader, niet vanuit een reactionair kader. Desalniettemin bieden de vele teksten van het Verdinaso enkele interessante visies op mens, maatschappij, cultuur, religie en staat.
Een eerste tekst die we publiceren, eerder een korte beginselverklaring of handvest, werd gepubliceerd op de voorpagina van Hier Dinaso! op 24 april 1937. Dit handvest komt rechtstreeks van de hand van ‘de Leider’, Joris Van Severen (1894 – 1940).
Uit hetzelfde nummer van Hier Dinaso! werd ook de tweede tekst gehaald, “Wie en wat kan het kommunisme tegenhouden?”, geschreven door Juul Declercq. Deze tekst is absoluut de moeite waard, al was het maar omwille van enkele brandend actuele visies m.b.t. maatschappelijke problemen en fenomenen. Deze tekst geeft trouwens het duidelijke beeld weer dat het Verdinaso had op mens, maatschappij, economie en staat.
Wij sluiten deze korte en inleidende tekst af met het ‘Gebed voor het Vaderland’:
Heer, laat het prinsenvolk der oude Nederlanden
Niet ondergaan in haat, in broedertwist en schande;
Maak dat uit de oude bron nieuw leven nogmaals vloeit,
Schenk ons de taaie kracht om fier, vol vroom vertrouwen,
Met nooit gebroken moed ons land herop te bouwen;
Tot statig als een eik voor U ons volk herbloeit.
Thomas B.
Tekst 1: Voorpagina Hier Dinaso! [1]
HET VERDINASO WIL:
België, Nederland en Luxemburg veréénigen in één Rijk, het Dietsche Rijk der Nederlanden en bijgevolg, van zelfsprekend de coloniale bezittingen van België en Nederland veréénigen in één Imperium: het Dietsch Imperium.
Het Dietsche volk (dat in België en in Nederland woont) moet één worden in werkelijkheid en in feit, EN in zijnen Staat, zoals het in wezen één is!
De rondom dit volk, in lotsverbondheid geschaarde Friezen, Walen en Luxemburgers, moeten met het vereenigde Dietsche volk eene waarachtige Staatskundige GEMEENSCHAP vormen.Die gemeenschap die doorheen de eeuwen, wegens geopolitische (economische en staatskundige), internationale en historische redenen bestaat moet BEvestigd worden, op eenen onverwoestbaren grondslag, in eenen onverwoestbaren bouw.
Daarom moet zij GEvestigd worden in eene organische, hiërarchische Staats- en Rijksgemeenschap, onder de HEGEMONIE, dit wil zeggen, aanvoering der door de eeuwen heen onbetwistbaar bewezene HEGEMONIE, van het Dietsche volk, onder de hegemonie van den Dietschen volksstaat.
HET VERDINASO WIL:Behalve dat doel, een ander doel najagen en bereiken, dat van het zooeven bepaalde doel wel kan onderscheiden worden, maar niet te scheiden is.
Dat ander doel van het Verdinaso, vatten wij samen in het begrip en het woord:
O R D E
Joris van Severen
Tekst 2: Juul Declercq – Wie en wat kan het kommunisme tegenhouden? [2]
Uit de feiten en beschouwingen waaraan wij in het vorig nummer van H. D. aandacht hebben besteed, blijkt duidelijk dat ook ons volk door de kommunistische vloedgolf op ernstige wijze bedreigd wordt. De vraag is dus: wie en wat kan dien vloedgolf breken; wie en wat kan voor ons volk de christelijke beschaving redden?
Vier politieke groepeeringen zijn er nog die daarop aanspraak maken. Laten wij onderzoeken wat we van hen verwachten mogen.
A) De katholieken
Wat wij van hen mogen verwachten is, meen ik, gezegd geworden op het groote kath. Congres dat voor enkele maanden te Mechelen onder de hooge bescherming van HH. DD. HH. De Bischoppen van België gehouden werd.
Ernest Michel heeft in “Hier Dinaso” van 20 Sept. het geheele resultaat op duidelijke wijze vastgesteld.
Over alles en nog wat werd er geredekaveld. Er werden geleerde redevoeringen uitgesproken, maar de ééne vraag die op dit oogenblik alles primeert, zij luidt: “hoe houden wij het kommunisme tegen?”. En die ééne vraag werd niet eens aangeroerd. Zoo overtuigd is men daar van zijn onmacht, dat men die belangrijke en alles beheerschende vraag onder een vloed van intellectueel gebazel bedolven liet.
Demokraten hebben er hun stellingen verdedigd. Antidemocraten hebben hetzelfde gedaan. En het eenige besluit dat er op gevonden werd, en dat tevens de beschamende armoede aan inzicht moest verbergen was: dat alle katholieke organisaties moesten worden versterkt.
Niet de minste grondige politieke of maatschappelijke omvorming werd als een noodzakelijkheid vooropgesteld. Veel vlaggen, veel volk, maar geen eenheid en geen richting.
Waar op zulk kongres elk practisch besluit achterwege bleef heeft niemand het recht te gelooven dat van die zijde voor de practische gevaren nog de redding komen kan.
Zeker, de partijkatholieken zullen zich hier verschuilen achter het feit dat dit congres geen louter politiek congres was. Inderdaad, het was noch zuiver politiek, noch zuiver godsdienstig. Maar ons lijkt het duidelijk dat waar de katholieken samen zijn, om hunne beginselen uit te diepen met het oog op de practische toepassing voor de nooden van dezen tijd, dat daar ten minste eene richting moest aangewezen worden.
Doch hoe zou dat gekund hebben? Staan daar niet democraten en antidemocraten? Federalisten en antifederalisten? Flaminganten en antiflaminganten? Pacifisten en antipacifisten? Voorstanders van bewapening en voorstanders van ontwapening? Enz. enz. Op welke wijze zou men daar in eenig vraagstuk leiding en richting kunnen geven?
’t Is die onmogelijkheid die daar gebleken is. Het eenige dat men dient te onthouden.
B) De partijkatholieken
Ja, dan is daar nog de katholieke staatspartij. Maar als morgen de christen democraten het linksche volksfront vervoegen, als de afval van de volgelingen bij die partij, het uit gemis aan vertrouwen, verder gaat, wat zal er dan nog overblijven?
Wie durft er te beweren, dat afgezien van het godsdienstige en bescherming der godsdienstige belangen, er nog twee katholieke parlementairen zijn die over eenzelfde vraagstuk eender denken?
De komende tijd eischt groote en grondige hervormingen, en bij al deze staat de rest van de katholieke partij grondig verdeeld. Is het dan niet duidelijk, dat zulke partij geen dam vormen kan, tegen den wassenden kommunistischen vloed? Dat met zulke partij de socialisten zullen spelen als kat met de muis? Dat het dus onverantwoordelijk is, bijna misdadig, om nog langer voor dat groote werk – de vernietiging van het kommunisme in ons land – in die partij nog eenig vertrouwen te stellen?
C) De Rexbeweging
Graag wil ik erkennen dat in de Rex-beweging flinke en welmeenende mannen te vinden zijn.
Het groote deel van hen verlangen naar sociale orde. Het grootste deel van hen willen de problemen van deze tijd opgelost zien.
Doch bij dieper onderzoek treft eenieder de benauwde geestelijke armoede van Rex. Haar leider kan een flinke propagandist zijn, een welmeenende strijder, een vurig debatter en een schitterende redenaar en volksmenner. Een Leider is hij echter niet.
Lang heb ik gezocht achter een nauwkeurige bepaling van haar programma, tot wanneer ik in een zondagsnummer van “De Nieuwe Staat” de 17 of 18 opgesomde punten van Leon Degrelle vond.
Ik zoch naar een samenhang tussen de punten en vond die niet.
Punt 5 luidde: “Behoud van het algemeen stemrecht, uitgebreid tot de vrouwen.” Ik keek naar den titel of ik wel “De Nieuwe Staat” vasthad, en inderdaad.
Behoud van het algemeen stemrecht, maar dat wil zeggen, behoud van politieke partijen, dus behoud van de katholieke partij, van de liberale partij, van de socialistische partij, van de Vl. nationale partijen, van de kommunistische partij en morgen misschien van de anarchistische partij en van de vele in wording-zijnde-partijen. Dat wil toch zeggen het behoud van al de partij-invloeden in openbare besturen, het behoud van de politieke ruzie en het politiek getwist onder de volksgenooten. Het behoud dus van de klassenstrijders die morgen misschien op een bloedige wijze tegen elkaar zullen staan.
En alsof het niet genoeg ware dat dit getwist blijft bestaan onder de mannen, dat die volksverscheurdheid en vernielende volksverdeeldheid aangroeit, moet hetzelfde stemrecht en dus dezelfde verdeeldheid en hetzelfde getwist tot de vrouwen worden uitgebreid. Afgezien van al het politiek dwaze dat hierin besloten ligt, waar vaart dan de nieuwe en zgz. vernieuwende Rexbeweging met de familie, met de waardigheid der vrouw, die naar ons inzicht het recht geeft op den rang van heerscheres in het huis?
Getuigt dit niet van een zeer groot gemis aan inzicht in wat, voor een vernieuwende beweging, van de grootste waarde is?
En twee punten verder lees ik: stichting van den corporatieven staat.
Ziet mij daar, dat politiek verdeelde en hartsgrondig twistende volk opgecommandeerd om in zijn beroepsorganisaties vredelievend te werken?
En ik zoek tevergeefs naar de vormen waarin de Vlamingen en de Walen met elkander zullen samenwonen en samenwerken. De nationale problemen worden zoo maar niet opgelost door te spreken van een wederkeeringen goeden wil, en een ander middel vindt ik in die punten niet aangegeven.
En ik lees in hetzelfde blad een artikel van Paul de Mont, die zich gunstig uitlaat over de Dietsche eenheid, maar er onmiddellijk aan toevoegt, dat de Dietsche doelstelling toekomstmuziek is.
Voor enkele maanden was in zijn oogen de corporatieve Staat eveneens nog toekomstmuziek. Als de belangrijkste vraagstukken toekomstmuziek zijn, gelooft mijnheer de Mont dan werkelijk niet dat het noodzakelijk is deze toekomst vanaf nu voor te bereiden? Is het niet juist bij groote gebeurtenissen dat groot dingen worden verwezenlijkt?
En als Dietschland toekomstmuziek is, op welke wijze zal de Rexbeweging het economisch probleem dan oplossen?
Ziet men daar niet, dat wij leven aan het einde van het liberalistische tijdvak, dat de Staten rondom ons ter bescherming van hun eigen volksgenooten hun tolgrenzen opbouwen, en dat juist daardoor ons elke uitvoermogelijkheid moeilijker en moeilijker wordt? En als dan in de grootste moeilijkheden de Dietsche volksgenoten elkander niet terugvinden, van wat zullen wij dan economisch leven en eten? Is de komende revolutie er geene om grootheid te heroveren en orde en welvaart te scheppen? En moeten wij dan onze eigen mogelijkheden zoo maar onnadenkend met de voeten wegschoppen?
En op welke wijze ziet dan Mijnheer de Mont, zonder de oplossing van dat angstwekkend economisch probleem, het sociale probleem hier tot zijn oplossing te brengen?
Het vraagstuk waarvoor wij staan, is geen louter gezagvraagstuk, het is het vraagstuk van het leven zelf. Brengt morgen anderen aan de macht, schept morgen de bloote gzg. sociale orde, en de werkloosheid zal niet verdwijnen en de armoede niet heengaan. Wij geven zulk regiem geen drie jaren vooraleer het onherroepelijk en zonder eene andersmogelijke uitkomst door een kommunistische opstand wordt neergehaald. En als dat alles nog het geval niet was, en hier toch nog welvaart kon zijn, hoe stelt zich dan Mijnheer de Mont voor die welvaart tegen de gevaren van buiten zonder Dietschland te bevrijden?
Door een militair akkoord met Nederland? Maar als hij een militair akkoord voor mogelijk en nuttig acht, waarom acht hij dan niet een economisch akkoord voor mogelijk en nuttig? En als hij ook dit laatste voor mogelijk en nuttig acht, waarom acht hij dan niet eveneens een politiek akkoord voor mogelijk en nuttig. En als dat alles mogelijk en nuttig is, waarom schrijft hij dan zonder nadenken dat Dietschland toekomstmuziek is? Zullen al die akkoorden niet zoveel gemakkelijker tot stand komen als er meer verlangen naar een volledige vereeniging aanwezig is?
Dat alles is de logica zelf. Dat alles wordt veroverd, als wij die beweren groote dingen te zullen doen, maar waarachtig groot willen en kunnen zijn.
Mijnheer de Mont mag duizend keeren schrijven: toekomstmuziek, wij antwoorden neen. Integendeel, een levensnoodzakelijkheid zonder dewelke wij aan de gevaren van buiten, en nog veel minder aan het kommunistische gevaar, dat reeds binnen onze muren is, kunnen ontspannen.
Dit alleen voor het programma. Het volstaat! En het toont duidelijk dat wij ondanks den besten wil van zoovelen in de Rexbeweging, niet het recht hebben onze hoop te vestigen, ten ware dat men er tijdig de leer naziet en de methode ook naar die van het Verdinaso wijzigt. De laatste artikelen van den heer de Mont in “De Nieuwe Staat” wijzen er op dat een evolutie in deze richting in vollen gang is. Men leze hieromtrent onze beschouwingen in het jongste nummer van H.D. .
D) De Vlaamsche nationalisten
Niet zonder spijt zien wij hunne huidige houding. Wij begrijpen dat men niet altijd van af het eerste oogenblik met bepaalde dingen akkoord is. Doch een maal den misslag ingezien, durft een moedig man te bekennen.
Wanneer in 1929, Joris Van Severen den Dietschen Volksstaat tot een eerste programmapunt proclameerde, ging er een gehuil op over Vlaanderen en de leelijkste verwijten waren niet van de lucht. Wanneer Joris Van Severen, overtuigd van zijn waarheid en van zijn plicht tegenover zijn volk, voortging met zijn propaganda, werden de vl. nationalisten verzameld en het ordewoord werd gegeven hem te isolereeren.
Wanneer dan in 1931 het Verdinaso werd gesticht, met geen ander doel dan de strijd van het Dietsche volk op rechte wegen te leiden, werd Van Severen als een verrader gescholden.
Wanneer Joris Van Severen zijn milities had ingericht klonk het dat hij een militarist was.
Wanneer hij zijn nationale en zijn sociale strijd verklaarde en hij Dietschland en Orde tegelijk vooropstelde klink het als een grof verwijt dat hij “fascist” was.
Wanneer hij zijn marsrichting uitvaardigde, en de vereeniging van geheel België met geheel Holland vooropstelde, aldus de oplossing van het nationaal vraagstuk uit de handen der internationale machten haalde en in eigen hand lei, toen klink het als een brandend verwijt dat hij een Belgiscist was.
Wanneer hij op den voorlaatsten Landdag ons volk den weg wees door te verklaren dat onze jonge mannen in het leger, in de administratie van den Belgischen Staat de posten moesten veroveren, voor stipten en voorbeeldingen dienst, toen klonk het weer dat hij de jeugd van Vlaanderen aan dien ouden Staat wilde binden en voor Vlaanderen doen verloren gaan.
En bij die richtinggevende punten, één voor één, zijn de vl. nationalisten achterna gekomen. Een of twee jaar later hebben zij beschaamd dezelfde stellingen ingenomen. Aldus bij alles erkennende dat zij gemist hadden, aldus bij alles toegevende dat Joris Van Severen de waarachtige Leider is.
In zake programma, in zake methode, hebben zij eenvoudig gevolgd en in het éénige waar ze niet hebben gevolgd – de verkiezingen – zijn zij mis geloopen. Neen, wij halen dat alles niet aan met plezier maar opdat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid meten zou.
Thans vragen wij ons angstig af, zullen eindelijk de ogen open gaan? Zullen de vl. nationalisten niet eindelijk gaan beseffen dat de verdeeldheid der volkgsgenooten om redenen die geen redenen zijn op dit oogenblik misdadig is?
De toekomst van Dietschland ligt in eigen hand, als zij het maar willen, als ze thans boven kleinpersoonlijken strijd kunnen uitzien, en alleen het grote doel voor oogen houden.
Tegen hun wil in, en alle gesputter ten spijt, hebben zij Van Severen gevolgd en moeten volgen. Het is daarmee ook voor hen bewezen dat hij de ware Leider is.
Op de vraag, wie en wat kan dan nog het kommunisme tegenhouden? Wie en wat kan dan het kommunisme met wortel en tak bij ons volk uitroeien? Antwoord wij kordaat en beslist:
E) HET VERDINASO
Uit het bovenaangehaalde is geloof ik duidelijk gebleken, dat bij geen andere beweging in België daarvoor, vooral niet in essentie, de noodige kracht aanwezig is.
Het Verdinaso integendeel bezit de volledige leer, de eenig juiste methode.
Zijn programma wortelt in het diepste wezen van ons volksleven, in één met aard en taal en volk. Het wordt samengevat in de enkele woorden: Dietschland en Orde.
Dietschland, het beteekent de verovering van een waarachtig, groot en zelfstandig vaderland, de kinderen van hetzelfde Dietsche bloed, aldus vormend dat ééne grootsche volk, met zijn schitterend verleden, levend in het ééne Dietsche Rijk met Walen en Friezen, en aldus scheppend een economisch blok in West-Europa van 16 miljoen Dietsche onderdanen, beschikkende en regeerende over de rijkste koloniën met hun honderd miljoen Dietsche kolonialen.
Rijk als het is aan vruchtbaren bodem, rijk in zijn ondergrond, rijk aan grondstoffen in zijn koloniën, bezit het alles wat noodig is om net als de landen rondom ons autarchisch en volksbeschermend te kunnen leven.
Zijn innerlijke leven geordend vormt het, uit zich zelf, de macht die tegen de gevaren van buiten zal beschermen en door het geven hun eigen bestemming aan de Lage Landen wordt het bovendien in West-Europa de hoeksteen van waarachtigen vrede.
Zoo is, de verwezenlijking van het Dietsche Rijk; een economische en ook een militaire noodzakelijkheid. Zoo is zonder de verwezenlijking van het Dietsche Rijk, de sociale welvaart waarnaar onze volksgenooten hunkeren en waarvoor zij – misleid als ze zijn – elkaar bevechten, een absolute onmogelijkheid.
Wie de sociale welvaart wil, moet Dietschland willen. Wie de militaire veiligheid wil, moet Dietschland willen. Wie de nationale grootheid wil en de nationale herleving, moet Dietschland willen. Wie Dietschland verwerpt, verwerpt alle mogelijkheid voor ons volksbestaan en werpt daarmee ons volk ten prooi van het internationale joodsche kommunisme.
Dietschland en Orde. Doch het Verdinaso wil niet alleen door het scheppen van het Dietsche Rijk al de natuurlijke en aan ons volk toebehoorende welvaartsbronnen voor ons volk opgelegd zien. Het wil daarbij dat volk bevrijden van zijn innerlijke twisten. Het bewust maken van zijn éénheid, van zijn grootheid en van zijn noodzakelijke samenhoorigheid, opdat het van zijn arbeid, door zijn welvaart in het hoogste geluk kunne leven. Daarom wil het Verdinaso den arbeid der volksgenooten volgens de organische levenswetten geordend zien.
Daarom breekt het af met den klassenstrijd en dezes organisatie. Richt het zich tegen de volksverscheurende politieke partijen. Bouwt het nu reeds aan de ééne organisatie van het bedrijf voor al zijn voorbrengers met hand en geest.
Het wil in die organisatie, op den grondslag der nationale samenhoorigheid en het innerlijk verlangen naar de geheele volksgrootheid, de onderlinge samenwerking van werkgevers en werknemers geregeld zien. Aldus elke nijverheid organiseerende tot een bolkwerk tegen welk parasitisme ook. Dat moeten wij corporatie.
En ten einde de overmacht van het geld te breken en de primauteit en den adel van den arbeid te herstellen geven wij aan elke belangrijke corporatie en aan minder belangrijke corporaties samen hun eigen bank. Aldus weer het geld tot zijn waarachtige rol herleid: het dienen van de geheele volksgemeenschap.
Dat alles onder de hoogste leiding, niet van hen die dank zij een demokratische of marxistisch joodsch gefinanceerde demagogie, het grootste stemmenaantal hebben veroverd, maar wel van hen die hun kunde hebben bewezen en die terzelfdertijd door hun werkzame offervaardigheid hun moed en hun waarachtige volksliefde bewezen hebben te zijn, de beste kinderen des volks.
Voor de verwezenlijking van dat doel, strijdt, onder leiding van eenen waarachtigen Leider, het geheele Verdinaso.
Zijn methode, is niet de massa-methode van alle andere bewegingen in België. Maar het is die methode, waarbij van man tot man een diepte overtuiging wordt ingeplant.
Het Verdinaso heeft teveel eerbied voor de menschelijke persoonlijkheid om zijn menschen maar eenvoudig als massa’s in een rumoerige beweging te willen inlijven.
Man voor man wil het overtuigen. Diep en grondig overtuigen van zijn eenig-juiste leering.
En éénmaal overtuigd, schakelt het zijn mannen in, leert het hen de tucht en orde, hen aldus vormend tot de waarachtige politieke soldaten, opdat zij voldoende in de eerste plaats zich zelf herwinnen, en mede met hen zelf het waarachtig geluk.
Alleen zij, die herwonnen zijn en daarmee midden al de duisternissen en de dwalingen van dezen tijd hebben geleerd klaar te zien, en duidelijk te weten, weten wat het bezit van dat geluk beteekent. Vandaag hun vurige overtuiging. Vandaar hun niets-ontziende offervaardigheid. Vandaar hun – voordien in Dietschland nooit gekende – blijde, besliste en offerwillige strijdvaardigheid.
Het is mede met de politieke, de economische en de sociale orde dat geluk, dat het Verdinaso aan alle Dietsche volksgenooten en aan alle inwoners van het Dietsche Rijk brengen wil.
Alleen het Verbond van hen die weten wat dit geluk beteekent en die daarom, tegen het kommunistische gevaar en ter bescherming van hun volksgenooten, alles veil hebben, kan en zal bij machte zijn, om denrooden vloedgolf te breken en door zijn positieven arbeid de kommunistischen gifplant met wortel en tak uit te roeien.
Gij die het gevaar ziet en die naar een uitkomst zoekt, wij zeggen U, ze ligt voor de hand. WORDT DINASO!
Het andere is gevaarlijk en tijdsverlies.
Heil ’t Dinaso.
Heil den Leider.
[1] Joris Van Severen. Uit: Hier Dinaso!, 5de jaargang, nr. 21, 24 april 1937, p. 1.
[2] Juul Declercq, wie en wat kan het kommunisme tegenhouden?. Uit: Hier Dinaso! 5de jaargang, nr. 21, 24 april 1937, pp. 2-3.
Ledenblog, Verdinaso







door de dood van Joris van Severen kan niemand weten of hij al dan niet in de collaboratie zou gestapt zijn. Als hoog bejaarde man getuigde Jef Francois (commandant van de D.M.O) echter tegenover mij dat Van Severen tot hem zei: ” mocht Duitsland deze oorlog verlieren dan is het om aan het bestaan van God te twijfelen.”
Interessante stelling. En – als we zo vrij mogen zijn – in welke hoedanigheid hebt u Jef François gekend (om dat te kunnen stellen)?
Ik meende dat Joris van Severen eerder eiste van zijn leden om in het Belgisch leger te gaan om, als “de beste soldaten van de Belgische vorst”, de Duitsers terug te drijven. Ook verwierp hij het anti-Belgicisme.
Vermits Kasper open staat voor studenten en oud-studenten behoor ik dus tot de laatste categorie. Ik leerde Jef Francois tijdens een herdenking van Joris Van Severen in Antwerpen kennen, het moet rond 1975 geweest. Hij werd een persoonlijke vriend en we hadden regelmatig contact. Hij kon uren over zijn leider vertellen en had een enorme bewondering voor hem. Hij was een nuchter man met een enorm geheugen voor feiten, data en politici die met de waarheid een loopje namen. Het boek van Rachel Baes over Van Severen vond geen genade in zijn ogen. Via Jef Francois leerde ik ook Pol Le Roy kennen. Ook hij bleef tot op het einde zijn leider trouw, de leider waartegen hij ooit zei: “met u ga ik naar de hemel of de hel” Voor Pol Le Roy werd het in mei 1940 de hel in de “Spooktrein” naar het Franse concentratiekamp in Vernet d´Ariege.
http://www.radiorapaille.com/herhaling/div/Watisenwatwilhetverdinasonl.pdf
Het door ons ingescande programma ” wat is en wat wil het verdinaso nederland ” in adobe.
van 1938 van de hand van Voorhoeve, ”leider” Verdinaso-Nederland.
Ik hoop dat Kasper een 21e eeuws Nationaal-Solidarisme als peiler in zich op kan nemen!
Volgend jaar 70 jaar alweer, dat onze Vader des Vaderlands overleed.
Hou-Zee!
Thomas Wentzel
Emmeloord
(Mooi youtube fragment ook
)
@Inge: heel interessant allemaal. Welkom in ons midden.
@Thomas: dat programma hadden we al ontdekt, maar toch bedankt.
Een nuchter man? Die zich als een kieken zonder kop, zonder waarborgen vanwege de Duitsers in de collaboratie stortte, duizenden met zich sleurende naar hun ongeluk? En die ook nog na de ramp in 1944-1945 bij zijn standpunt bleef. Hij zal het ongetwijfeld wel eerlijk gemeend hebben, wie ben ik om dat in twijfel te trekken. Maar ik heb zo mijn twijfels over die “nuchterheid”.
Vik Eggermont
Misschien kunnen we best eerst definieren wat we onder nuchterheid verstaan. Wat mij betreft:
1- een nuchter man is ogenschijnlijk iemand die niet ladderzat over straat loopt.
2- iemand die het voor en tegen afweegt,het positieve en negatieve bij mede- en tegenstander erkent en ook bij zichelf.
Was Joris van Severen geen nuchter man omdat hij als zgz “belgicist” geen waarborgen vroeg aan de Belgen om, bij het uitbreken van een oorlog, zijn leden en militanten niet te deporteren naar een concentratiekamp?
Was Jodel niet nuchter toen hij tijdens het Nürnberg proces, met de strop voor ogen, verklaarde over Hitler “iedereen mag hem veroordelen, ik kan het niet”? Was Speer veel nuchterder toen hij tijdens datzelfde proces “kazak” draaide?
Tot slot: enkele uren voor zijn dood schreef Pol Le Roy zijn bidprentje. Persoonlijk vind ik het aangrijpend, maar Jef Francois had bedenkingen door die ene nuchtere zin die begint met “ontlast…” Hij stelde zich als nuchter mens de vraag of deze zin ook niet over het ideeengoed van Van Severen zou kunnen gaan.
Hier komt de tekst:
Ontlast tot op de graad,
van alles wat ik ooit geleerd heb en gelezen
laat niets meer op die laatste tocht voorop gaan
dan de stille trouw van haar
die eens uw aardse moeder was,
mijn goddelijke Nazarener
wat ik je nog vragen wou Vik: bedoel je met die duizenden die door een “kieken zonder kop” in hun ongeluk zijn gesleurd Dinaso`s en Vlaams-Nationalisten? Lieten die zich door een “kieken” meeslepen? In dat geval zegt het meer over het denkvermogen van die duizenden dan over het “kieken”. Ik heb al dikwijls over anderen horen zeggen “dat is een kieken ….” maar nog niemand gekend die dat “kieken” in zijn fratsen, zotternijen en overtuiging zou volgen.
hallo,
ik heb even een vraagje..
wat is nu eigenlijk het grote verschil tussen Rexisme enerzijds en Verdinaso en VNV anderzijds???
dat zou ik eens graag willen weten..
Je bent nog een vierde beweging vergeten: het zeer radicale Légion Nationale/Nationaal Legioen van de Luikse advocaat en oorlogsvrijwilliger ‘14-’18 Paul Hoornaerts en zijn compagnon Breughelmans, dat ontstond in 1922 uit oudstrijders van het IJzerfront en vooral sterk stond in Franstalig België (5.000 leden), maar toch ook een Vlaamse afdeling had.
Nu, de verschillen:
1. Verdinaso: Heel-Nederlandse BEWEGING, solidaristisch, anti-partijpolitiek, anti-joods, paramilitair, politiek onafhankelijk van buitenlandse machten en bleef dus grotendeels buiten de collaboratie (ofwel attentisme ofwel in het verzet)
2. Légion Nationale/Nationaal Legioen: Belgicistische BEWEGING, Nieuwe-Orde-gezind, anti-partijpolitiek, anti-joods, paramilitair, politiek onafhankelijk van buitenlandse machten (hoewel toch contacten met Mussolini’s Italië) en bleef dus buiten de collaboratie (en in het verzet)
3. VNV: flamingantische POLITIEKE PARTIJ, conservatief-nationalistisch, deelachtig aan partijpolitiek, anti-joods, paramilitair, politiek en financieel zeer sterk afhankelijk van nazi-Duitsland (knechtenmentaliteit) en collaboreerde dus intensief
4. Rex: Belgicistische POLITIEKE PARTIJ, conservatief-nationalistisch, deelachtig aan partijpolitiek, anti-joods, politiek en financieel zeer sterk afhankelijk van nazi-Duitsland en Mussolini’s Italië en collaboreerde dus intensief