Een beknopte geschiedenis van het Verdinaso
januari 21, 2010 Geen commentaren
Het Verdinaso werd in oktober 1931 gesticht door Joris Van Severen als solidaristische en volksnationalistische beweging na een reeks teleurstellingen in de partijpolitiek. Deze niet-partijpolitieke organisatie was dus bij de aanvang Groot-Nederlands – doch Van Severen dacht toen reeds geruime tijd anders! – en wou een ideologische en leidinggevende elite vormen. Reeds in 1932 wou Van Severen overschakelen op een staatsnationalistische koers, maar Wies Moens had veel invloed in het Verdinaso en kon dit nog 2 jaar tegenhouden.
Het openlijk militaristische – met de Dietsche Militie had het Verdinaso immers een eigen militie – en als staatsgevaarlijk beschouwde Verdinaso kreeg in 1934 zeer ernstige moeilijkheden met de Staatsveiligheid: vele huiszoekingen bij en intimidaties van Verdinaso-leiders, uitsluiting van de Verdinaso-vakbond, een speciale wet om de Dietsche Militie te verbieden, … Toen gooide Van Severen het roer om: België moest niet langer barsten, maar de macht moest gegrepen worden binnen België mét Waalse steun en daarna moest gestreefd worden naar een fusie met Nederland en Luxemburg. De Dietsche Militie werd omgevormd tot Dinaso MilitantenOrde (DMO) en voor het natieverdelende opbod tussen Vlaanderen en Wallonië was er geen plaats meer. Het Verdinaso greep hiermee terug naar de Bourgondische Nederlanden van weleer en lag hiermee tevens aan de basis van de latere Benelux-gedachte.
Het jaar 1934 is dan ook een zeer belangrijk jaar in de geschiedenis van het Verdinaso door de afkondiging van deze Nieuwe Marsrichting. Van Severen werd vanaf dan een gerespecteerd figuur binnen de Belgische adel en aan het koninklijk hof, die met zijn mening terdege rekening hielden. Hij streefde er naar dat koning Albert hem zou benoemen tot premier, zodat hij een corporatische staat kon installeren. De koning moest tevens een pak meer bevoegdheden krijgen.
Het gedachtegoed van het nadrukkelijk katholieke Verdinaso was antiliberaal, antimarxistisch, anticonservatief, antidemocratisch en tegen het partijpolitieke systeem. De beweging bepleitte een corporatieve staat en was gebaseerd op een nationalisme dat niet zozeer Vlaams-regionalistisch was, maar het grotere plaatje van de volkeren in de Lage Landen beschouwde. Verder was het Verdinaso antisemitisch ingesteld en gaf onder meer op grote schaal een Nederlandstalige versie van de ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’ uit. Hiermee overschreed het Verdinaso duidelijk het romantisch-dromerige flamingantisme.
Bovendien was het Verdinaso totaal onafhankelijk van Duitsland, dat eerder als ‘goede en nauw verwante buur’ werd gezien. Van Severen weigerde immers consequent financiering en inmenging van nazi-Duitsland. Dit in tegenstelling tot het VNV, dat meer Vlaams-regionalistisch was en een slaafse knechtenmentaliteit tegenover Duitsland vertoonde in de ijdele hoop dat de Duitsers hen een zelfstandig Vlaanderen zouden geven. Het VNV werd dan ook reeds lang vóór de Tweede Wereldoorlog betaald door Duitsland en kreeg er tevens bevelen van. Toen bijvoorbeeld in 1939 op het einde van een vergadering van Dinaso’s, VNV’ers en Duitsers in het Gentse studentenhuis ‘Huize MacLeod’ de Vlaamse Leeuw gezongen werd, ontploften de Dinaso’s zowat van woede toen de VNV’ers net zoals de Duitsers hun rechterarm omhoog hieven … Het onafhankelijke Verdinaso streefde immers alleen maar naar goede betrekkingen met Duitsland.
Door de Nieuwe Marsrichting verliet ongeveer één derde der leden het Verdinaso, doch tegen 1939 waren er al opnieuw bijna evenveel leden als in 1934. Immers, het Verdinaso kon nu ook andere – en véél bredere! – doelgroepen aanspreken: Franstalige Vlamingen, Belgisch-nationalistische Vlamingen en ook … Walen (met Louis Gueuning op kop; zie hiervoor het eerdere artikel van Raf Praet). Met de Nieuwe Marsrichting werden in 1934 ook alle Vlaamse Leeuwen bij het grof vuil gezet – overigens terecht, want de door de Vlaamse Beweging gebruikte vlag is historisch incorrect! – en ze zouden nooit meer terugkeren: het Verdinaso droeg vanaf dan consequent de Belgische én Nederlandse vlaggen, terwijl op hun meetings eveneens de vlaggen van alle Belgische en Nederlandse provincies aanwezig waren en ook de volksliederen van beide landen werden gezongen. Belangrijk is ook dat het Verdinaso zich nadrukkelijk ‘Noch linksch, noch rechtsch’ noemde en als overtuigd antidemocratische beweging nimmer deelnam aan verkiezingen. Desondanks was het toch een grote beweging: op de laatste grote meeting van het Verdinaso in het Antwerpse Sportpaleis in 1939 waren er maar liefst 9.000 aanwezigen!
Na de dood van Joris Van Severen in mei 1940 kwam Emiel Thiers aan het hoofd van het Verdinaso. Samen met propagandaleider Paul Persyn blies hij in de zomer van 1940 de beweging krachtig nieuw leven in, met o.m. een sterke aangroei van het ledenaantal tot gevolg. In augustus 1940 sloot het Verdinaso een samenwerkingsakkoord met het Belgisch-nationalistische Légion Nationale en liet het de Militärverwaltung weten niet in de collaboratie te zullen stappen zonder goedkeuring van de koning, van wie het Verdinaso een initiatief verwachtte. In september 1940 volgde een akkoord met Rex-Vlaanderen.
De Duitsers dwongen in 1941 echter Verdinaso-Vlaanderen, Rex-Vlaanderen en het VNV te fuseren tot de Eenheidsbeweging-VNV. Tegelijk werden ook Verdinaso-Wallonië en Verdinaso-Nederland verplicht samen te gaan met respectievelijk Rex en de NSB. De reden was dat de Duitsers de Lage Landen op termijn wilden annexeren (wat ze in juli 1944 ook deden) en daarom drukten ze ieder Groot- en Heel-Nederlands streven de kop in gedurende de hele oorlog. Ook daarom sloot de Duitse bezetter de Belgisch-Nederlandse grens: niemand kon zonder Duitse toestemming over de grens, waardoor bijgevolg geen contacten mogelijk waren over Vlaams-Nederlandse frontvorming. Verder wist Duitsland uiteraard al van vóór de Tweede Wereldoorlog dat het Verdinaso een onafhankelijke beweging was en dus niet te manipuleren viel zoals het VNV.
Om dit te bereiken werd het Verdinaso door de Duitse bezetter onder druk gezet: in januari-februari 1941 werd Hier Dinaso! (het tijdschrift van het Verdinaso) verboden, individuele Verdinaso-leiders zoals Jef François en Pol Le Roy werden bewerkt om voor een pro-Duitse koers te kiezen, de putsch van DMO-leider Jef François tegen Verdinaso-leider Thiers werd gesteund en uiteindelijk werd propagandaleider Paul Persyn enkele maanden opgesloten. Thiers begreep en trad af, waarop François hem opvolgde, doch slechts een klein deel der Dinaso’s wou François in de collaboratie volgen. François’ mini-Verdinaso werd tot vernederende onderhandelingen gedwongen met het VNV en uiteindelijk legde de Militärverwaltung op 5 mei 1941 een ‘akkoord’ over de Eenheidsbeweging-VNV op.
Door de gedwongen fusies viel het Verdinaso uiteen in 3 delen: primo een groep die actief in het verzet stapte tégen Duitsland, secundo een grote groep die zich neutraal opstelde en niet participeerde aan de oorlog (zoals Louis Gueuning) en tertio slechts een kleine groep die zich aansloot bij de collaborerende Eenheidsbeweging-VNV. De tweede strekking werd na de oorlog in leven gehouden door Gueuning en de erfgenaam daarvan is heden de Werkgemeenschap der Lage Landen onder leiding van Vik Eggermont.
De weinige Dinaso’s die in de collaboratie stapten – vooral uit de Dinaso MilitantenOrde –, kregen de leiding van de SS-Vlaanderen in handen. Dinaso’s waren immers gestaalde elitaire en ideologische geschoolde leidersfiguren: zwakkelingen werden nadrukkelijk niet geduld in het Verdinaso. En juist zo’n mannen had de SS nodig. Het VNV bleek dus voor de Duitsers ideologisch te weinig onderbouwd. Belangrijk is ook dat het VNV uit diverse, zéér verschillende strekkingen bestond (zo ongeveer alles van links-flamingantisch tot extreem-rechts), zodat VNV-leider Staf De Clercq constant veel moeite had om deze kakofonie bijeen te houden, terwijl het Verdinaso één – te nemen of te laten – koers gevoerd had. Het VNV was dus duidelijk dé vertegenwoordiger van de kleingeestige, navelstaardigere en doelloze Vlaamse Beweging, terwijl het Verdinaso groots en Europees dacht! Verder was het schenken van zo’n hoge posities aan Dinaso’s uiteraard ook een middel om hen te overtuigen zich aan te sluiten bij de Eenheidsbeweging-VNV: het bewees dat de ex-Dinaso’s geen tweederangsrol zouden moeten spelen in de nieuwe Eenheidsbeweging-VNV.
De Eenheidsbeweging-VNV bleef officieel streven naar een zelfstandig Vlaanderen en liefst naar een volksnationalistisch Nederland. Dit was natuurlijk nogal ridicuul gezien de Duitsers iedere Groot- of Heel-Nederlandse uiting snel onderdrukten. Na met veel naïef enthousiasme in de collaboratie gestapt te zijn, vielen in de loop van de oorlog veel VNV’ers de schellen van de ogen: meer en meer leden werd het duidelijk dat ze gebruikt werden door de Duitse bezetter om voor hen het land te besturen en dat een Dietse staat er nooit zou komen. Tegen het voorjaar van 1944 had de Eenheidsbeweging-VNV dan ook al zeer veel van zijn pluimen verloren en toen Duitsland in juli 1944 de Lage Landen annexeerde, stond het VNV politiek schaakmat: wat moest het immers nog verdedigen gezien de annexatie – die het VNV altijd ontkend had – er nu wel gekomen was, waardoor de Dietse staat – die het VNV altijd beloofd had – er nu nooit meer zou komen?
Het moge duidelijk zijn dat het Verdinaso van ná de Nieuwe Marsrichting van 1934 zeker en vast dé maatstaf is voor de Heel-Nederlandse beweging. De intellectueel Joris Van Severen is zonder enige twijfel de grootste Vlaamse geest geweest van de laatste 80 jaar. Daarnaast had hij ook een zeer sterke en indrukwekkende persoonlijkheid. KASPER zal dan ook present zijn op de door de Werkgemeenschap De Lage Landen georganiseerde ‘Jongerenbezinning aan het graf van Joris Van Severen’ in Abbeville op 27 maart 2010.
Cand. med. Karel Verheyden
Dit artikel verscheen in Confiteor!, jg.1, nr.1, Winter 2009-2010
Verdinaso







