Het neoliberalisme bracht Afrika tot de bedelstaf
februari 8, 2010 5 commenterenHoewel de rijke Wes
terse landen decennialang miljarden euro ontwikkelingshulp gaven, is Subsahara Afrika heden nog veel armer dan in 1970. Vanuit die vaststelling bepleit dr. Dambisa Moyo – uit Zambia afkomstig, maar opgeleid en werkend in de VS – in haar controversiële boek ‘Doodlopende hulp’ het stopzetten van alle ontwikkelingshulp, omdat het landen afhankelijk maakt van buitenlandse hulp en hen niet leert op eigen benen te staan. Kumi Naidoo, de nieuwe directeur van Greenpeace International, verdedigde in een debat met dr. Moyo in de Gentse Vooruit op 18 september 2009 daarentegen juist nog méér, maar ook béter besteedde hulp. Hij klaagt ook de zware landbouwsubsidiëring van de Europese Unie aan, wat de vnl. agrarische ontwikkelingslanden benadeelt.
Voor Moyo leidt ontwikkelingshulp tot corruptie en verkeerde economische keuzes, waardoor Subsahara Afrika in de armoede blijft hangen en zelfs de armste regio ter wereld is. Als een hulporganisatie bijvoorbeeld een land overspoelt met 100 000 gratis muskietennetten, kan de lokale fabrikant, die er slechts 500 produceert, zijn zaak sluiten en belanden zijn werknemers in de werkloosheid en armoede. Zodra die gratis muskietennetten dan versleten zijn, moeten de Afrikanen opnieuw gaan bedelen, want in eigen land worden geen muskietennetten meer gemaakt. Moyo concludeert dat er een nieuwe aanpak moet komen in Afrika. Zij wijst zo nog op een aantal terechte bemerkingen rond ontwikkelingshulp. Zo bestaat in het Westen ook een cultuur van hulpverlening (geldinzamelingsacties op straat, op televisie, oproepen van celebrities om geld te geven), waarbij media, politici en celebrities (Bono van U2 bijvoorbeeld) er permanent het geloof inhameren dat het geven van geld en hulp nodig is én moreel ook gewoon moet. Daarbij grijpen ze iedere hongersnood of natuurramp aan om dit nog te versterken (zoals we nu mutatis mutandis ook weer zien met de alomtegenwoordige Haïti-propaganda). Aan het dogma dat ontwikkelingshulp Afrika helpt, mag blijkbaar niet worden getwijfeld.
Ondanks 40 jaar ontwikkelingshulp werden de armen echter nog armer en vertraagde de economische groei in Afrika zelfs. Ontwikkelingshulp helpt volgens dr. Moyo dus níet en is zelfs een regelrechte politieke (corruptie), economische (inkomensongelijkheid) en humanitaire (aids, hoge kindersterfte, lage levensverwachting) ramp. Dit ‘noodzaakt’ dan bijgevolg nog méér hulp. Ze wijst er tevens op dat de Zuidoost-Aziatische landen, die ontwikkelingshulp afwezen, zich wél ontwikkelden. Bovendien blijkt van de 3 soorten hulp (noodhulp, liefdadigheid en rechtstreekse hulp aan regeringen van ontwikkelingslanden) noodhulp en liefdadigheid heel gering in omvang te zijn en het leeuwendeel vooral te bestaan uit voordelige leningen (i.e. leningen tegen zeer lage rente en vaak voor veel langere termijnen dan bij commerciële banken) of subsidies aan regeringen van arme landen. Vermits echter veel buitenlandse leningen vaak worden kwijtgescholden, vervaagde voor de arme landen het onderscheid tussen leningen en subsidies.
Dambisa Moyo bepleit als oplossing een nieuw ontwikkelingsmodel: economische groei moet de Afrikaanse armoede reduceren en zo leiden tot welvaart voor Afrika. Daarbij moet Afrika zich niet richten op het Westen, maar op opkomende Aziatische economieën als India en China, die goede afzetmarkten voor Afrikaanse landbouwproducten zijn.
Kumi Naidoo maant daarentegen aan tot juist méér hulp van de rijke landen om de armoede te bestrijden en klaagt aan dat Westerse beloftes van hulpverlening (o.a. 0,7% van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking besteden) en schuldkwijtschelding vaak niet worden gehouden. Bovendien kampt de Derde Wereld momenteel ook nog eens met de financiële crisis, die nochtans ontstond in het rijke Westen. Armoedebestrijding mag daarom niet gebeuren door rijke organisaties als de G8 of G20, maar wel door álle 192 landen ter wereld samen (wat hij de G192 noemt), zodat het arme Zuiden volwaardig kan meepraten. Want nu worden arme landen immers door internationale financiële instellingen als IMF en Wereldbank gedwongen tot financiële deregulering, vrijhandel en afbouw van sociale voorzieningen. Naidoo bepleit daarom een hervorming van deze internationale financiële instellingen, méér geld voor ontwikkelingshulp én zónder hervormingen te eisen van de arme landen.
Tevens zou de (zogezegde) klimaatverandering de Derde Wereldlanden eerst en meest treffen en bijgevolg is er dus extra (!) Westers geld nodig opdat ze zich kunnen aanpassen. De Westerse landen gaan dit echter gewoon afromen van hun ontwikkelingshulpbudget. Nochtans zou dit makkelijk kunnen bekomen worden van bijvoorbeeld een belasting op de vervuilende industrie.
Moyo’s these van afschaffing van de ontwikkelingshulp omdat deze de Afrikaanse markt ontwricht, klinkt goed, maar haar oplossing is echter… méér kapitalisme en méér deregulering: dus nog meer van de neoliberale kwalen die Afrika reeds decennia teisteren. Ze wijst er terecht op dat er inderdaad veel fout gaat in de ontwikkelingshulp, zoals het overspoelen van lokale markten door hulporganisaties met goedkoop of gratis voedsel waardoor de Afrikaanse boeren hun producten niet meer kwijtraken, een deel van de geschonken ontwikkelingshulp gaat inderdaad ook naar corruptie, sommige NGO’s houden vaak meer zichzelf in stand dan dat ze effectief Afrika helpen, … Haar oplossing van meer kapitalisme is echter verkeerd, want ondernemingen hebben nl. niet tot doel om aan ontwikkeling te doen, maar wél om hun aandeelhouders tevreden te stellen. Ontwikkelingshulp mag dus niet uitbesteed worden aan bedrijven! Bovendien worden landen ook tegen mekaar uitgespeeld door ondernemingen om hun lonen te verlagen en hun sociale en milieureglementering af te bouwen.
Daarnaast dringt het Westen met zijn ontwikkelingshulp tevens zijn Westerse waarden op door de thema’s te benadrukken die het vanuit zijn liberale cultuur belangrijk vindt. Bovendien financieren de Westerse donoren liefst ontwikkelingsprojecten die hún belangen (en niet die van Afrika) het best dienen. Zij bepalen zo ook naar wie de hulp gaat en kunnen bijgevolg bepaalde landen bevoor- of benadelen. Door een einde aan de ontwikkelingshulp te maken stopt dus ook de Westerse bevoogding en betutteling van Afrika. Dat impliceert dan wel dat de redding van Afrika van de Afrikanen zelf zal moeten komen.
Dambisa Moyo’s simplistische correlatie tussen economische groei en ontwikkelingshulp is eigenlijk onbelangrijk, omdat donoren meer hulp aan de minst ontwikkelde landen en aan door rampen getroffen landen geven. Als die landen het dan weer ietsje beter beginnen doen, trekken de donoren zich echter terug, waardoor opnieuw een neergang intreedt. Kumi Naidoo stelt daar tegenover dat volgehouden ontwikkelingshulp gecombineerd met een goed overheidsbeleid een positieve impact kan hebben op de inkomensgroei van arme landen, zoals al aangetoond werd met diverse projecten rond gezondheidszorg en onderwijs.
Afrika mag echter niet alleen focussen op méér ontwikkelingshulp, maar moet ook aan zelfontwikkeling doen, iets waar Naidoo niet over spreekt. Afrika moet dus emanciperen. Subsidiariteit zou een kernwaarde moeten worden in ontwikkelingshulp: wat de mensen van ter plekke zelf kunnen doen, moeten buitenstaanders niet komen doen. Best is dus de ontwikkelingshulp af te bouwen, maar waar nodig kan GERICHTE externe hulp een belangrijke stimulerende functie uitoefenen. Dus met andere woorden een combinatie van de theses van Moyo en Naidoo.
Naidoo stelt wel terecht dat het schuldenprobleem van de arme landen dient aangepakt te worden, iets waar Moyo dan weer over zwijgt. Het Westen is hiervoor verantwoordelijk en heeft Afrika hiermee afhankelijk gemaakt, want de Westerse banken wisten bij het verstrekken van die leningen maar al te goed dat veel van die leningen onmogelijk konden terugbetaald worden door de Derde Wereldlanden. Daardoor kunnen die landen nu gemakkelijk gedwongen worden tot deregulering, vrijhandel en afbouw van hun sociale voorzieningen. Ook van de beloofde schuldkwijtscheldingen en –herschikkingen kwam niet zoveel in huis. Daarnaast zou het probleem van de Westerse ecologische schuld (veroorzaakt door eeuwenlange zware vervuiling) tegenover het Zuiden eens moeten uitgeklaard worden.
Bij dit alles heeft de Derde Wereld echter weinig of geen inspraak en dus kunnen de Westerse internationale instellingen en overheden hun neoliberale bevoogding van Afrika rustig voortzetten. Het zal wachten zijn tot enkele Afrikaanse landen en staatsleiders zelf de hand aan de ploeg zullen slaan en eigen, nieuwe mogelijkheden gaan verkennen.
Geschreven door K.V.
Dit artikel verscheen in Confiteor!, jg.1, nr.2, Lente 2009-2010






Zeer betwistbaar. Dan geloof ik nog liever dat Afrikanen een ondermaatse cultuur kennen, die hun volk niet socialiseert op een manier die compatibel is met een ondernemende economie. Dat en corruptie natuurlijk. Of hoe komt het dat de landen met een proportioneel sterke blanke aanwezigheid altijd beter geboerd hebben?
Aja, want landbouwsubsidies, dat is echt een neoliberaal beleid…
@Karel: Het neoliberalisme leert toch dat subsidies niet of minder marktverstorend zijn dan de o zo verfoeilijke douanerechten?
@Permeke: De Afrikanen worden juist heel goed gesocialiseerd in ‘onze’ moderne wereldwijde slaven-economie. Kijk maar eens naar de wijken van sommige Europese grootsteden die (letterlijk) zwart kleuren vanwege hun socialisatie/integratie/assimilatie in dit systeem.
Ze hadden zich veel beter van bij hun onafhankelijkheid zoveel mogelijk afgeschermd van de wereld (en de ‘Duitse’ Sonderweg gevolgd: protectionisme à la List en de bevrijding van hun buitenlandse en bovenstatelijke schuldeisers à la…), maar ze zijn maar onafhankelijk kunnen worden omdat de Amerikanen “vrije” toegang tot hun grondstoffen wilden (daarom moesten ook de Europese kolonisatoren weg): uranium uit Congo om dan atoombommen te bouwen, om maar iets te zeggen. Dat is vrijhandel: niets anders dan een instrument voor en door monopolisten en supermachten. Sinds de oprichting van de WTO is het helaas ook wil en wet voor héél de wereld…
Mijn ‘blanke’ beschaving is allesbehalve dat demo-kapitalistische gedrocht dat zich de laatste twee, drie eeuwen ontwikkeld heeft uit het einde van troon en altaar, de volkeren met hun talen en culturen, en natuurlijk het bloed en zweet van de moderne slaven/arbeiders. Een zinloze kosmo-consumentistische wegwerpbeschaving die alleen goed is om… zelf weggeworpen te worden!
Elk volk verdient daarom m.i. zijn eigen, autochtoon ‘socialisme’. Dat is het enige politieke instrument (de naam doet er overigens niet veel toe) dat tegen dat andere instrument – de vrijhandel, de schuldslavernij en de tirannie van supra-nationale instellingen – opgewassen is. Voor alle volkeren van de wereld geldt het woord van G. Feder: “International ist der Gedanke; die ganze Welt muß er befreien. Heil der Nation, die zuerst den kühnen Schritt wagt. Bald werden alle anderen folgen“.
@Frederik: Ik ben het eens met G. Feder; alleen het woord ‘Nation‘ vind ik wat verkeerd gekozen. Staat had beter geweest.
http://www.demorgen.be/dm/nl/990/Buitenland/article/detail/1088485/2010/04/02/1-8-triljoen-dollar-uit-Afrika-vloeit-op-illegale-wijze-buiten-het-continent.dhtml