Russische geopolitiek en invloedsfeer: Transdnjestrië
februari 15, 2010 Geen commentaren
Het dossier Transdnjestrië is een interessant dossier om de Russische geopolitiek en invloedsfeer binnen het hedendaagse Europa te analyseren. Samen met enkele andere betwiste gebieden aan de grenzen van Europa zoals Zuid-Ossetië en Abchazië vormt Transdjnestrië een groep van conflictzones waar Europa en de VS angstvallig naar kijken, maar waar dit neoliberale imperialistische blok niet al te hard durft op te treden om de relaties met grootmacht Rusland niet (verder) te verzuren.
Transdnjestrië is een betwist gebied in Oost-Europa, gelegen aan de grens tussen Moldavië en Oekraïne. De jure is Transdnjestrië integraal grondgebied van Moldavië, de facto is de Pridnestrovische Moldavische Republiek (PMR) een onafhankelijke staat. De PRM wordt echter door geen enkel lid van de Verenigde Naties erkend[1]. Enkel de betwiste gebieden Zuid-Ossetië en Abchazië erkennen Transdnjestrië.
Geografisch vormt de rivier Dnjestr/Nistru een natuurlijke grens tussen Moldavië en Transdnjestrië. De hoofdstad van de PMR is Tiraspol. De inwoners van Transdnjestrië bestaan voor 31,9 procent uit Moldaviërs, 30,4 procent uit Russen, 28,8 procent uit Oekraïners en 8,9 procent anderen[2]
Geschiedenis
Het hedendaagse Transdnjestrië vormde samen met verschillende gebieden uit het hedendaagse Oekraïne de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek (ASSR) binnen de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek (SSR), zoals weergegeven op onderstaande de figuur, van 1924 tot 1941. Na de Tweede Wereldoorlog kwam Transdnjestrië, samen met het uit Roemenië geannexeerde gebied Bessarabië, in de Sovjet-Unie te liggen. Beide gebieden werden door Stalin samengevoegd tot de Moldavische SSR.
De perestrojka- en glasnostpolitiek van Michail Gorbatsjov gaf meer ruimte aan politieke ideeën binnen de Moldavische SSR. In 1989 verklaarde de Sovjetleiding, na aandringen van het nationalistische en pro-Roemeense Prontul Popular din Moldova, dat het Russisch gedegradeerd werd tot tweede officiële taal ten voordele van het Moldavisch en dat het Latijnse alfabet terug werd ingevoerd[3]. Hierdoor steeg de angst en spanning bij etnische minderheden in de Moldavische SSR. Dit gebeurde vooral binnen Transdnjestrië aangezien dit gebied, in tegenstelling tot Bessarabië, historisch gezien geen band heeft met Roemenië en bevolkt werd door een meerderheid van Slavische volkeren[4] (Chin & Roper, 1995).
De pro-Roemeense nationalisten wonnen de eerste vrije verkiezingen in de lente van 1990[5]. De reactie in Transdnjestrië bleef niet uit: de Pridnestrovische Moldavische SSR werd uitgeroepen op 2 september 1990. De situatie dreigde al snel uit de hand te lopen toen zowel in de Moldavische SSR als in de Pridnestrovische Moldavische SSR milities gevormd werden en etnisch Russische parlementsleden aangevallen werden door pro-Roemeense nationalisten (Kaufman, 2001). Sovjetleider Gorbatsjov verklaarde de uitroeping van de Pridnestrovische Moldavische SSR ongeldig. Desalniettemin werden er geen verdere acties ondernomen en konden de nieuwe autoriteiten in Transdnjestrië de controle verwerven over het gebied.
Sinds de onafhankelijkheidsverklaring van de Pridnestrovische Moldavische SSR braken er geregeld gewapende conflicten uit tussen Transdnjestrische separatisten (gesteund door Russen en Oekraïners) en Moldaviërs. Na de oprichting van het Moldavisch Ministerie van Defensie vermenigvuldigde het aantal gewapende conflicten met Transdnjestrië[6]. Op 21 juli 1992 werd een staakt-het-vuren ondertekend dat tot op de dag van vandaag nog steeds geldig is. In 1997 ondertekenden de presidenten van Moldavië en Transdnjestrië het ‘Primakov Memorandum’ [7] met de bedoeling om juridische en interstatelijke relaties tussen Moldavië en Transdnjestrië op te bouwen. In 2003 stelde Rusland het ‘Kozak Memorandum’[8] voor: een asymmetrische federale Moldavische staat, met verregaande autonome rechten voor Transdnjestrië en Russische militaire aanwezigheid in Transdnjestrië voor de komende twintig jaar. Na internationale druk weigerde de Moldavische president Vladimir Voronin het akkoord te aanvaarden één dag voor de officiële ondertekeningsceremonie ging plaatsvinden (Quinlan, 2008). De relaties tussen Rusland en Moldavië koelden grondig af.
Binnenlandse machtsverhouding
De president van de PMR, Igor Smirnov, is al sinds de afscheuring van Transdnjestrië aan de macht. De PMR heeft een meerpartijensysteem. Slechts 15 van de 43 parlementsleden zijn geboren in PMR-gebied en geen enkele etnische Moldaviër is lid van de Ministerraad[9], ondanks het feit dat 31,9 procent van de inwoners van Transdnjestrië Moldaviërs zijn. Tevens zijn er enkele twijfels met betrekking tot het democratisch karakter van de verkiezingen in de PMR. De regering van de PMR geeft de voorkeur aan het behoud van het autoritair systeem en de status-quo met Moldavië. Men tracht binnen Transdnjestrië de politieke competitie laag te houden om zo de macht van het huidige bewind te consolideren en de bevolking blijvend warm te maken voor onafhankelijkheid. Volgens de internationale gemeenschap, met uitzondering van Rusland en enkele ex-Sovjetstaten, is Transdnjestrië geen vrije staat (Protsyk, 2009).
Internationale relaties
Het dossier Transdnjestrië heeft een sterke internationale dimensie. Sinds 2005 werkt men met een ‘5+2 format’ om tot een oplossing te komen (Protsyk, 2006): Moldavië, Transdnjestrië, de Organization for Security and Co-operation in Europe (OSCE), Rusland en Oekraïne als vaste onderhandelaars, de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten (VS) als observatoren. Verder spelen ook buurland Roemenië, de Raad van Europa, de North Atlantic Treaty Organization (NATO) en de Commonwealth of Independent States (CIS) een rol als vierde partij in dit conflict.
Deze hele reeks aan derde- en vierde partijen tonen duidelijk de sterke internationalisatie van het conflict aan (Pellon, 2007).
Alvorens deze internationale relaties verder analyseren worden twee belangrijke conflicten met betrekking tot Transdnjestrië kort toegelicht: het douaneakkoord tussen Oekraïne en Moldavië en de Russische militaire aanwezigheid in Transdnjestrië.
Douaneakkoord tussen Oekraïne en Moldavië
Op 3 maart 2006 besliste Oekraïne, na een akkoord over douaneheffingen met Moldavië uit 2005, om enkel goederen uit Transdnjestrië te importeren die goedgekeurd waren door de Moldavische douane. Deze beslissing werd positief ontvangen door zowel de EU als de VS.[10] Transdnjestrië en Rusland reageerden verbolgen en beschouwden dit als eens economische blokkade. Sindsdien stuurt Rusland humanitaire en financiële hulp naar Transdnjestrië[11]. De EU drukte hierover haar bezorgdheid uit, maar is tevreden met het terugdringen van douanefraude in Transdnjestrië en het feit dat de belangrijkste Transdnjestrische bedrijven zich intussen in Moldavië geregistreerd hebben[12].
Russische militaire aanwezigheid in Transdnjestrië
Het staakt-het-vuren van 1992 bracht met zich mee dat er een Russische militaire aanwezigheid in Transdnjestrië kwam om de vrede te bewaren. Tevens was het 14e Sovjetregiment en militair materiaal nog steeds aanwezig in Transdnjestrië. In 1994 ondertekenden Rusland en Moldavië een akkoord dat de terugkeer van reeds aanwezige Russische troepen moest bewerkstellingen in een periode van drie jaar na de ondertekening van het akkoord. Dit akkoord werd echter nooit van kracht omdat het Russische parlement weigerde te ratificeren[13].
Tijdens de OSCE top in Istanbul (1999) werd de Treaty on Conventional Armed Forces in Europe (CFE)[14] aangepast. Onderstaande verklaring werd opgenomen in de ‘summit declaration’:
“We welcome the commitment by the Russian Federation to complete withdrawal of the Russian forces from the territory of Moldova by the end of 2002. We also welcome the willingness of the Republic of Moldova and of the OSCE to facilitate this process, within their respective abilities, by the agreed deadline.”[15]
Echter, de akkoorden van Istanbul werden pas in 2004 geratificeerd in Rusland. In tussentijd trok Rusland zich gedeeltelijk terug uit Transdnjestrië. Toch sprak Andrei Stratan, Moldavische Minister van buitenlandse zaken in 2004, nog steeds van een illegale militaire bezetting door Rusland[16]. Sinds 2006 staat Transdnjestrië toe dat de OSCE wapeninspecties uitvoert.
Sinds 2007 benadrukt Rusland echter dat het al zijn verplichtingen ten aanzien van de Istanbul-akkoorden volbracht heeft en dat de resterende troepen in Transdnjestrië te beschouwen vallen als veiligheidstroepen naar aanleiding van het staakt-het-vuren uit 1992. Desondanks sprak de NATO op 18 november 2008 haar bezorgdheid uit:
“[…]URGES the government and the parliament of Russia: [...] to respect its commitments which were taken at the Istanbul OSCE Summit in 1999 and has to withdraw its illegal military presence from the Transdnestrian region of Moldova in the nearest future.”[17]
Deze beide conflicten tonen aan dat Rusland een zeer belangrijke rol speelt in dit conflict. De internationale relatie tussen Rusland en de EU kan daarom een belangrijk analysekader vormen.
Enerzijds is er het standpunt van de EU dat angstvallig kijkt naar internationale conflicten op nauwelijks honderd kilometer van zijn grenzen. De European Neighbourhood Policy (ENP) schuift dan ook als primaire doelstelling conflictoplossing naar voor (Popescu, 2005). Tevens probeert men vanuit de EU een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid te voeren. Als niet-rechtstreeks betrokken partij in het conflict probeert de EU zich in eerste instantie te concentreren op structurele aspecten, die het conflict voor de EU in de ‘goede richting’ kunnen sturen, dan op rechtstreeks conflictbemiddeling (Pellon, 2007). Zo werden de uitgevoerde douaneafspraken tussen Oekraïne en Moldavië goed onthaald door de EU.
Anderzijds is er de meer controversiële rol die Rusland speelt in dit conflict. Pellon (2007) schrijft dat Rusland acties lijkt te ondernemen met als achterliggende strategie machtsbehoud, zoals bijvoorbeeld bleek in het Kozak Memorandum dat een Russische militaire aanwezigheid tot 2020 voorstelde. Rusland, als één van de vijf rechtstreeks betrokken partijen in het ‘5+2 format’, heeft tevens zo goed als alle macht in de onderhandeling betreffende de vier voornaamste discussiepunten: taal, status van Transdnjestrië, eenmaking en Russische militaire aanwezigheid.
Bovendien voerde Rusland bilaterale gesprekken met verscheidende EU-landen, gesprekken die een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EU in deze kwestie kunnen ondermijnen. Dit wijst er op dat Rusland meer heil ziet in een unilateraal voorgestelde oplossing, zoals ook bleek met het Kozak Memorandum (Popescu, 2005). Dit is vrij contradictorisch met het ‘5+2 format’ voor de onderhandelingen alsook met de intentie uit 2005 van Rusland en de EU om samen te werken aan een ‘space of common external security’[18] gebaseerd op multilateralisme en met onder andere de bedoeling om stabiliteit te brengen in conflictengebieden zoals Transdnjestrië. Geopolitieke rivaliteit en samenwerking lijken hier samen te verlopen.
Vanuit Moldavië is er tevens een strategie om meer pro-Europese internationale actoren bij het overleg te betrekken teneinde de invloed van Rusland te verminderen. Een resultaat hiervan was de uitbreiding van het ‘5-sided format’ naar het ‘5+2 format’ waarin de EU en de VS observatoren werden. Het Moldavische pleidooi voor een internationale vredesmacht in Transdnjestrië was hier ook niet vreemd aan (Pellon, 2007).
De relaties tussen de EU/VS en Rusland met betrekking tot Transdnjestrië lijken sterk op een geopolitiek machtsspel op de grens tussen de Westerse en Russische invloedssfeer. Zonder akkoord tussen de grootmachten zal het conflict allicht nooit opgelost raken. Rusland wil als grootmacht gezien worden en handelt er ook naar. Zo zou een internationale vredesmacht met hulp uit de EU en de VS de NATO dichter bij de grenzen van Rusland en Oekraïne kunnen brengen. Vanuit Russisch standpunt belooft de pro-Europese Moldavische regering ook weinig goeds en wil het Moldavië graag in zijn invloedssfeer houden (Berg, 2005). Dit werd in 2008 nog onderstreept door een verbetering in de relaties tussen Rusland en Moldavië, met als voorwaarde dat Moldavië geen toenadering zou zoeken tot de NATO[19]. Bovendien wil Rusland duidelijk zijn militaire macht en aanwezigheid binnen Transdnjestrië behouden, wat een signaal kan zijn aan Moldavië en Oekraïne om op te passen met toenadering tot de NATO en de EU. Transdnjestrië zou voor Rusland wel eens een symbolische afbakening van hun machtssfeer kunnen zijn in het bewuste gebied en een militair-geopolitiek positioneren dicht bij NATO-gebied.
Hoe dan ook was het verworpen Kozak Memorandum, dat de EU en de VS weigerden te steunen en daarmee druk uitoefenden op de Moldavische president die op het laatste moment het akkoord annuleerde, een kaakslag in het gezicht van Rusland.
De analogie met de conflictconflicten in Abchazië, Zuid-Ossetië en Nagorno-Karabakh is tevens duidelijk. Ook in deze dossiers speelt Rusland een voorname en controversiële rol. Transdnjestrië en de andere drie beschreven conflictgebieden zijn in geopolitiek oogpunt ook nauw verwant: een militaire terugtrekking uit één gebied kan een precedent vormen voor de andere gebieden. Net zoals een meer agressieve politiek een indicatie vormt dat Rusland aan al de ondersteunde conflictgebieden zijn steun zal blijven geven. In een korte reactie op de recente vijfdaagse oorlog in Georgië benadrukte Moldavië zijn neutraliteit (en dus de onafhankelijkheid van de NATO) en bereidheid om tot een oplossing voor Transdnjestrië te komen die gunstig is voor Rusland. Transdnjestrië van zijn kant stopte tijdelijk alle gesprekken met Moldavië tot dat Moldavië de ‘Georgische agressie’ zou veroordelen[20]. Dit benadrukt andermaal de sterke machts- en onderhandelingspositie van Rusland in het Transdnjestrische conflict.
Binnen Moldavië speelt ook het precedent van Gagauzië. Gagauzië is een deel van Moldavië dat zich gelijktijdig met Transdnjestrië afscheurde, maar weermee in 1994 een vreedzaam akkoord bereikt werd. Gagauzië kreeg een autonoom statuut binnen Moldavië en kan zich, indien Moldavië in de toekomst zou aansluiten bij Roemenië, probleemloos onafhankelijk verklaren. In het kader van dit soort ‘federale oplossing’ voor het conflict tussen Moldavië en Transdnjestrië beschrijft Cojocaru (2006) de psychologische component van een hereniging van Transdnjestrië en Moldavië. In zijn onderzoek stelt Cojocaru vast dat jonge mensen in Transdnjestrië zowel op historisch, militair als identitair vlak vasthouden aan de Transdnjestrische nationaliteit. Ze zijn immers niets anders gewoon en zij zullen wellicht de eersten zijn die zullen opkomen voor de onafhankelijk van Transdnjestrië. Bovendien werd het idee van een ‘federale oplossing’ naar model van Gagauzië al verworpen door het huidige bestuur van de PMR.
Democratie als oplossing?
Eerder werd al aangegeven dat het democratische niveau in Transdnjestrië vrij laag is en dat het beleid zijn verworven macht wil consolideren in een autoritair systeem.
Als mogelijke oplossing voor het conflict in Transdnjestrië deed de Oekraïnse president Viktor Yushchenko na de Oranjerevolutie (2004) in zijn land een voorstel tot democratisering van Transdnjestrië. Volgens dat plan zouden er vrije en eerlijke verkiezingen komen in Transdnjestrië met internationale controles. Daartoe zouden de geplande verkiezingen van 2005 in Transdnjestrië uitgesteld moeten worden zodat de internationale gemeenschap deze verkiezingen mee kon organiseren en controleren (Protsyk, 2006 & Quinlan, 2008). Het achterliggende idee van Yushchenko was dat door vrije en eerlijke verkiezingen het conflict in Transdnjestrië snel opgelost kon worden en dat een feitelijke hereniging met Moldavië mogelijk was. Uiteindelijk werd het plan goedgekeurd door het Moldavische parlement, mits toevoeging van drie resoluties. Ten eerste moesten de verkiezingen na november 2005 plaatsvinden (omdat Igor Smirnov op dat moment te populair was) en onder controle van de OSCE die vijf maanden vooraf al aanwezig moest zijn, ten tweede moesten alle overblijvende Russische troepen en militair materiaal verwijderd worden eind 2005 en de Russische vredesmacht tegen eind 2006, en ten derde moest er effectieve controle over Transdnjestrië uitgeoefend kunnen worden (Quinlan, 2008).
Yushchenko was er duidelijk van overtuigd dat er vanuit Transdnjestrië meer intern en extern overleg zou komen, dat men meer gemeenschappelijke waarden met Moldavië zou herkennen en dat er meer transparantie zou zijn en dus minder veiligheidsdilemma’s en wederzijde demonisering.
Het Yushchenko plan werd met veel argwaan bekeken in Transdnjestrië en Rusland. Intussen gingen de geplande verkiezingen in Transdnjestrië door in december 2005, zonder internationale waarnemers, en werd het Yushchenko plan begraven.
Conclusie
De conclusie is duidelijk: er moet en zal rekening gehouden moeten worden met de Russische wensen teneinde dit conflict op te lossen. Liefst vreedzaam, maar een militaire confrontatie behoort steeds tot de mogelijkheden. Op internationaal vlak kunnen we enkele interessante vragen stellen, zonder het antwoord ervan op voorhand te weten. Kan de NATO nog verder uitbreiden naar het Oosten zonder Rusland te provoceren? Is een zware militaire confrontatie tussen de EU/VS en Rusland heden ten dage mogelijk op Europees grondgebied? Kunnen processen als internationale samenwerking en unilaterale geopolitieke positionering naast elkaar functioneren en op welke manier? Wat is het belang van precedentschepping in de andere conflictgebieden op de grens tussen invloedssferen? Kan democratie etnische spanningen doen afnemen?
Eenzijdige en natuurwetenschappelijke antwoorden kunnen we hierop niet formuleren. Moge de discussie hierdoor aangewakkerd worden.
Thomas Braeckman
Dit artikel verscheen in Confiteor!, jg.1, nr.1, Winter 2009-2010
Bibliografie
Business Monitor International, Europe Monitor: Russia & CIS, August 2008, p. 11
Eiki Berg, Pooling sovereignty, losing territoriality? Making peace in Cyprus and Moldova, Tijdschrift voor Economische en Sociale geografie, Vol. 97, No. 3, pp. 222-236
Gaëlle Pellon, 2007, Top-down internationalisation of the Transnistrian conflict: qualitative analysis of multiple-actor conflict management, ECPR General Conference
Jeff Chinn & Steve D. Roper, Ethnic mobilization and reactive nationalism: the case of Moldova, Nationalities Papers, 1995, Vol. 3, No.2, pp. 291 – 325
Nicu Popescu, 2005, The EU and Transnistria: From Deadlock tot Sustainable Settelment, European Union Institute for Security Studies, Occasional Paper 60
Oleh Protsyk, 2006, Moldova’s Dilemmas in Democratizing and Reintegrating Transnistria, Problems of Post-Communism, 2006, vol. 53, no. 4, pp. 29-41
Oleh Protsyk, 2009, Representation and Democracy in Eurasia’s Unrecognized States: The Case of Transnistria, Post-Soviet Affair, 2009, 25, 3, pp. 257-281
Paul D. Quinlan, 2008, A foot in both camps: Moldova and the Transnistrian conundrum from the Kozak Memorandum, East European Quaterly, XL/I, No. 2, pp. 129 – 160
Stuart J. Kaufman, 2001, Modern Hatreds: The symbolic politics of Ethnic War, Comell University Press, p. 143
The Economist Intelligence Unit, Country Monitor, September 8th 2008, p. 2
[1] http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_states_with_limited_recognition
[2] http://www.minorityrights.org/5195/transnistria-unrecognised-state/transnistria-unrecognised-state-overview.html
[3] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/country_profiles/1113586.stm
[4] http://nl.wikipedia.org/wiki/Bessarabië
[5] http://countrystudies.us/moldova/34.htm
[6] http://www.nytimes.com/1992/03/29/world/moldova-imposes-emergency-rule-and-orders-disarming-of-militias.html
[7] http://www.mfa-pmr.org/eng/?sub_category=5483&cat=clauses&p=
[8] http://pridnestrovie.net/kozak_memorandum.html
[9] http://en.wikipedia.org/wiki/Parliament_of_Transnistria
[10] http://politicom.moldova.org/news/10352-eng.html
[11] http://politicom.moldova.org/news/transnistria-will-receive-from-russia-more-financial-assistance-200879-eng.html
[12] http://www.eu-un.europa.eu/articles/fr/article_6398_fr.htm
[13] http://politicom.moldova.org/news/russian-troops-in-transnistria-a-threat-to-the-security-of-the-republic-of-moldova-20998-eng.html
[14] http://www.osce.org/documents/doclib/1999/11/13760_en.pdf
[15] http://www.fas.org/nuke/control/osce/text/summit_declaration.htm
[16] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews[tt_news]=27285
[17] http://www.nato-pa.int/Default.asp?SHORTCUT=1652
[18] http://eng.kremlin.ru/text/docs/88029.shtml
[19] Business Monitor International, Europe Monitor: Russia & CIS, August 2008, p. 11
[20] The Economist Intelligence Unit, Country Monitor, September 8th 2008, p. 2
Geopolitiek, Rusland









