Imperialistisch wereldbeeld uit het interbellum: De Dietsche Koloniën

maart 15, 2010 Geen commentaren

Het eerste deel van de 20ste eeuw laat zich deels kenmerken door kolonisering en een imperialistisch wereldbeeld. Hieronder kan u ter illustratie een tekst vinden uit het interbellum, gepubliceerd in Hier Dinaso!, jg. 1, nr. 32, 15 juli 1933. Deze tekst is een schoolvoorbeeld van de heersende ideeën omtrent de koloniën in het interbellum, en geeft een aanzet tot de beschavingsdrang die ontstond  tot aan de dekoloniseringsgolf in de jaren 1960. Na de Tweede Wereldoorlog werd de toon echter wat afgezwakt omwille van de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wij waarschuwen alvast dat mensen die intellectueel niet in staat zijn om teksten uit het interbellum, en breder bekeken uit de imperialistische golf, in historisch perspectief te plaatsen er best niet aan beginnen.

Om het leven en de toekomst van een volk te verzekeren moet onophoudend gekampt worden. Zooals de landbouwer onophoudend het land moet bewerken opdat het vruchten drage en de gezondheid onophoudend moet verdedigd worden tegen alle gevaren en bedreigingen.

DE DIETSCHE KOLONIËN

Welk is de verhouding van het Dietsche volk tot de koloniën van het Koninkrijk der Nederlanden?

Innerlijk geene. Het Dietsche volk is één door afstamming en beschaving; de javanen, maleiers, chineezen enz. enz. enz. der koloniën hebben noch met elkaar, nog met ons volk iets te maken in afstamming of beschaving.

Ware het daarom niet het best, indien wij ons uit de koloniën terugtrokken?

Neen! Integendeel. Maar wij moeten ons wel bewust zijn dat ons recht op de koloniën niet berust op eenheid van afstamming en ook niet op beschaving.

Het moderne imperialisme overziet dit feit geheel en al. Dit is in wezen internationalistisch gezind en streeft naar één rijksgemeenschap van de meeste volkeren. Wij hooren dat Frankrijk een Staat is van 100 miljoen inwoners, waaronder vele negers, en wij zien hoe in Frankrijk de bloedsmenging en verbastering reeds is voortgeschreden tot de gruwelijkste vormen. Er is al een neger onderminister, die zich te midden van zijn joden-collega’s wel goed thuis zal voelen, en die als regeerder over een blanke bevolking wel evenzeer zal genieten als nikkers die door “la douce France”, “de eerst beschaafde natie van Europa”, in het land op de ontwapende germanen losgelaten zijn.
Het imperialisme beteekent niet alleen dat de blanke de bruinen uitzuigt, het beteekent ook dat de bruine met den blanke mee mag doen en dat de bruine leert den blanke te beheerschen.

Het waren heusch geen kommunisten, maar brave bourgeois, die in de Nederlandsche wet schreven dat men voor Kamer-afgevaardigde geen Dietscher hoefde te zijn maar dat joden en maleiers en negers uit de West evengoed de taak konden vervullen, “het geheele Nederlandsche volk te vertegenwoordigen”, gelijk het in de Rijksgrondwet staat. Dus in de wet wordt onder het Nederlandsche volk blijkbaar verstaan: alle inwoners, geel, zwart, bruin of blank, met krommen of rechten neus, met geschoeide, bloote of platvoeten, als ze maar in het Rijk wonen.

Nu beweren de reactionnairen wel geschrokken te zijn door het resultaat der Kamersverkiezingen, en men probeert thans met allerlei lapmiddeltjes de bruintjes uit de Tweede Kamer te houden, maar niemand durft de kat de bel aan te binden. De imperialisten zullen heel goed begrijpen dat zij zelf het paard van Troje hebben binnengehaald.

Nu gaan de Marxisten tegen dat imperialisme strijden. In hun haat tegen de christelijke cultuur willen ze gaarne de hulp van de onbeschaafde volken aangrijpen en ze weten die daarvoor te gebruiken. Het zijn altijd blanke (meest joodsche) oproerlingen die de Indische massa’s opzweepen en als het schot afgaat of de bom geworpen wordt natuurlijk toevallig ergens anders gaan zitten.

Hun strijd gaat tegen Nederland, niet omdat het zoo verrot is, maar omdat het toch altijd nog min of meer vertegenwoordigt de waarde van den Dietschen stem.

Bij dien strijd gebruikt de Indië-los-van-Holland d.w.z. Indië-vast-aan-Rusland beweging alle mogelijke middelen. Er worden bijv. door de Nederl. – Indische regeering maatreegelen genomen om de pestziekte (de echte, niet de Marxistische) te bestrijden, en nu weten de communisten het bijgeloovige volk tegen deze maatregelen te organiseeren! Overal stuiten deze op verzet, overal worden Europeesche artsen tegengewerkt. De bedoeling is zoo spoedig mogelijk Russische toestanden te kweeken.

Wanneer wij dit bezien, dan is onze gevolgtrekking eenvoudig. Het Dietsche volk heeft in Indië een beschavingstaak te vervullen. En wij bewijzen de inheemsche bevolking geen dienst, indien wij haar overlaten aan Russen, aan Japanners, aan Engelschen van het slag van Cecil Rhodes, den overweldiger van Zuid-Afrika. Noch ook als wij haar overlaten aan hun eigen machthebbers. Zoo juist nog las ik dat op Timor een inlandsch zelfbestuurder onderdanen liet uithongeren, levend verbranden en nog meer. Het was een Nederlandsch ambtenaar die hem ontmaskerde. Hij kreeg dezer dagen twintig jaar gevangenisstraf. Waarom geen doodstraf, begrijp ik niet, tenzij de reactionnaire Nederlandsche machthebbers vinden dan de uitzuiging en moord van inlanders door hun eigen hoofden niet een doodzonde is.

Ik wil opmerken dat juist daartegen indertijd Multatuli zijn Max Havelaar geschreven heeft. Men heeft van dezen schrijver wegens zijn vele rare en verwerpelijke denkbeelden heelemaal een caricatuur gemaakt zoo’n soort sociaal-democraat. In zijn staatkundige denkbeelden echter ligt niets hem zoo ver als het denkbeeld Indië los te maken van Holland en met socialisme heeft hij niets te maken.

Maar Multatuli laat ik terzijde. Er is iets heel anders waarom Indië voor ons tot een plicht is geworden.

Indië is niet alleen, gelijk men het wil voorstellen, een uitbuitingsvoorwerp voor vette kapitalisten. In Indië is er een volksplanting ontstaan van echte Nederlandsers (met halfbloeden). Moeten wij, nu ze er eenmaal zijn, dezen in den steek laten? Juist zijn zij een deel van het Dietsche volk, dat ver weg aan den evenaar den Dietschen volksaard getrouw blijft. Er is een Nederlands-indische blanke bevolking en deze mag de verbinding met Dietschland niet verliezen.

Het is daarom begrijpelijk dat ook hier een nationale opleving zich doet gevoelen en het is treurig dat men niets beter weet te fabriceeren dan een nemaak-Italjaanse, tenminste fascistisch betitelde, organisatie.

Nederlands-Indisch fascisme is even raar als Dietsche “Action Fascisme”. Men gebruikt uitdrukkingen als fascisme en hitlerisme bij onze tegenstanders, omdat dezen opzettelijk onze bedoelingen verwarrend willen voorstellen. Als men zelf dergelijke uitdrukkingen gaat gebruiken toont men dat men het doel zelf niet begrijpt en dat men tevreden is met zoo maar een naamkort, dat men zich door de Marxisten HEEFT LATEN VERWARREN.

Er heeft een bestuurswissel plaats gehad met ruzies, als naar het voorbeeld der Nederlandsch fascisten. Als men het over het doel niet een is, krijgt men vroeger of later ruzie. Dat zal spoedig genoeg opnieuw geschieden. Het is trouwens de vraag of hier niet joden of vrijmetselaars achterzitten. De nieuwe leider verkondigde nu in tegenstelling met den ouden (die volgens de Nieuwe Rott. Crt. Van 22 Juni, aanwezig op een vergadering “in het uniform van de Nederlandsche fascistenorganisaties”) dat Ned.-Ind. Fasc. Org. “absoluut niet antisemitisch” is en bovendien: “de vrijmetselaarij is een schitterende instelling, want ook gebaseerd op tucht”.  Misschien vertelt hij straks nog dat de Russische folter- en moordpolitie een schitterender instelling is want die is gebaseerd op nog grooter tucht.

Het verschijnsel is goed: de in Oost-Indië inheemsche Dietschers willen breken met de democraatschheid. De uitwerking is zoo, dat we gaan twijfelen of we te maken hebben met een beperkt inzicht of met een duivelsch plan van de vrijmetselaarij die vast bijvoorbaat de menschen wil ontmoedigen om tot het nationaalsolidarisme te komen. Dit zal niet gelukken mits wij ons voor oogen houden dat in Indië een volksplanting bestaat van Dietschers en dezen het land moet beheerschen in het belang van de Dietsche en van de Indische volken gemeenschappelijk. Dat dit kan, daarvan zijn wij overtuigd. Dat dit thans niet geschiedt, is de schuld van het liberale kapitalisme.

 

Auteur onbekend.

Share
Tags: , , , , Verdinaso

Geef een commentaar

(verplicht)

(vereist)


KASPER: Geschiedenis en Traditie

KASPER is een academische en elitevormende vereniging. Deze inhoudelijke visie veruiterlijkt zich ook in in de vorm. Deze unieke...

Visie KASPER

Organisatorische visie De werking van KASPER dient zich op lange termijn te onderscheiden in twee grote sublagen. Enerzijds en...

Politieke Beginselverklaring KASPER

Studenten en academici, Een noodzakelijke en zorgvuldig voorbereide nieuwe organisatie is opgericht. De studenten die geen boodschap hebben aan...