Unie van Hand- en Geestesarbeiders

maart 26, 2010 Geen commentaren

De meeste leiders der christelijke en socialistische vakbonden vluchtten na de Duitse inval in 1940 naar Frankrijk, maar BWP-voorzitter Hendrik De Man bleef met koning Leopold III in België. Na de capitulatie van het Belgische leger moest volgens de koning het leven immers verder gaan. Om zeker te zijn dat België zichzelf zou blijven besturen onder de Duitse bezetting werd het bestuur van het land waargenomen door Secretarissen-Generaal, omdat alle Ministers naar het buitenland waren gevlucht. In overeenstemming met de sinds 1936 gevoerde neutraliteitspolitiek ontplooide De Man aan het begin van de bezetting een neutralistische, sociaal-economische activiteit, terwijl hij in juni 1940 de BWP ophief. Zo bereidde De Man samen met een groot deel van het socialistische kader – onder andere Delvo, Tommelein, Bijtebier en Grauls – mee de oprichting voor van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA), een corporatieve eenheidsvakbond van arbeiders en bedienden, aanvankelijk met instemming van de bezetter. Zij meenden binnen het Derde Rijk een rol te kunnen spelen in een toekomstige autoritaire Belgische staat onder leiding van de koning. De bezetter wou echter vooral de vakbonden gebruiken om de Belgische economie ten dienste te stellen van de Duitse oorlogsvoering.

De Man, die een socialisme zonder klassenstrijd voorstond, zag de in november 1940 opgerichte UHGA als een vertrekpunt voor een nieuwe sociale vooruitgang en als een bevrijding voor de arbeidende klasse. De UHGA overkoepelde de christelijke, socialistische en liberale vakbonden, evenals Arbeidsorde (i.e. de gezamenlijke vakvereniging van de collaborerende partijen Rex-Vlaanderen en VNV). Toen echter duidelijk werd dat er van een snelle vastlegging van het politieke statuut van België geen sprake was en de Duitse controle op de vakbonden alsmaar toenam, trokken de traditionele vakbonden zich in 1941 terug uit de UHGA, die toen 112.000 leden telde, ca. 10% van het vooroorlogse aantal vakbondsleden. In de UHGA bleven alleen collaborateurs over. De nazi’s deden het onmogelijke om de arbeidersklasse voor zich te winnen en van het marxisme los te maken. Zij beseften immers dat zij met de liberale geallieerden Groot-Brittannië en de Verenigde Staten in een productiestrijd gewikkeld waren, die slechts met medewerking der arbeiders te winnen was.

Inzake solidaristische theorie kan men naast Joris Van Severen niet om de opmerkelijke figuur Edgard Delvo heen, die zich omschoolde van marxist tot solidarist. De reden hiervoor was dat Delvo, in navolging van De Mans boek ‘Socialisme aan het Marxisme voorbij’, inzag dat het marxisme niet overeenstemt met de sociale realiteit: men moest zich niet richten op één klasse, maar wel op de hele gemeenschap. In de brochure Nationalisme en Socialisme had De Man reeds de bevrijdende waarde van het nationalisme omschreven en ook in de praktijk begon hij steeds meer op de monarchie en het Belgisch-nationalisme te steunen. Delvo stond ook volledig achter het Plan-De Man: een gemengde economie, nationalisatie der banken en basisindustrieën en een economische expansiepolitiek. Uit contacten in 1939 met de Franse sociaal-katholieke filosoof Jacques Maritain, Verdinaso-leider Joris Van Severen en de socioloog Victor Leemans (KU Leuven) bleek hij ideologisch zeer dicht bij hen te staan, doch de oorlog verhinderde echter een verdere samenwerking. Voornoemde Leemans was overigens de belangrijkste exponent van de Konservatieve Revolutie in België.

Na de ontbinding van de BWP (cfr. supra) door De Man was de ex-marxist Edgard Delvo toegetreden tot de Eenheidsbeweging-VNV, waar hij hoopte zijn sociale en nationalistische ideeën te verwezenlijken. Vanaf 1942 leidde hij de collaborateursvakbond UHGA, maar door de Duitse bemoeienissen kwam deze eenheidsvakbond nooit van de grond.

Toch kunnen wij solidaristen lessen trekken uit het relaas van de solidaristische theoreticus Edgard Delvo en de Unie van Hand- en Geestesarbeiders. Een solidaristische vakbeweging moet in de eerste plaats aan ons land gebonden zijn en niet gedicteerd worden vanuit het buitenland. Verder hamerde Delvo ook steeds op het primaat van de politiek over de economie: de politiek moet ten dienste staan van het volk en niet van een bepaalde klasse, schimmige belangen of een kleine economische machtselite. En aangezien vandaag de politiek eerder gedomineerd wordt door de economie, is er dus werk aan de winkel!

 

Geschreven door K.V.

Share
Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , Historie

Geef een commentaar

(verplicht)

(vereist)


KASPER: Geschiedenis en Traditie

KASPER is een academische en elitevormende vereniging. Deze inhoudelijke visie veruiterlijkt zich ook in in de vorm. Deze unieke...

Visie KASPER

Organisatorische visie De werking van KASPER dient zich op lange termijn te onderscheiden in twee grote sublagen. Enerzijds en...

Politieke Beginselverklaring KASPER

Studenten en academici, Een noodzakelijke en zorgvuldig voorbereide nieuwe organisatie is opgericht. De studenten die geen boodschap hebben aan...