Manifest voor de Lage Landen
mei 17, 2010 7 commenteren
Indien het nog nodig was hebben de bij momenten surrealistische politieke perikelen van het voorbije jaar ten overvloede aangetoond dat België niet alleen een land van interim-regeringen, maar ook louter een interim land met een hoge verdampingsfactor geworden is.
Ondanks de tricolore achterhoedegevechten wint de confederalistische visie die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten nastreeft, steeds meer veld.
In deze optiek is het daarbij levensnoodzakelijk dat de interne confederatie binnen het België van weleer, een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen.
In Europees perspectief
Voor deze Heel-Nederlandse integratie pleiten, in het kader van het groeiend Europa, zowel sterke culturele als economische argumenten.
De Europese integratie op economisch, monetair en steeds meer ook op sociaal vlak, heeft een almaar grotere impact op het dagelijks bestaan van de mensen, zodat ze onvermijdelijk ook tot een grotere coördinatie en integratie op politiek vlak moet leiden. Het emancipatieproces van de taalgemeenschappen in de Belgische staat naar steeds grotere autonomie staat daar niet haaks op. Het getuigt precies van het artificiële karakter van de Belgische constructie die tot stand kwam onder druk van de belangen van enerzijds zeer kleine lokale elites en anderzijds de toenmalige grootmachten.
Ook de Europese Unie is natuurlijk geen liefdadigheidsproject. Ondanks het feit dat op veel terreinen natiestaten hun bevoegdheden aan het Europese niveau overgedragen hebben, blijven ze grote invloed uitoefenen omdat ze het finale beslissingsniveau blijven van de EU.
Wij stellen ook vast dat grotere natiestaten hun invloed laten gelden, vaak ten koste van de belangen van kleinere natiestaten. In die context is het duidelijk dat gemeenschappen die veel met elkaar delen (taal, economische structuur, politieke opvattingen) uit louter rationele overwegingen beter gezamenlijk hun belangen verdedigen dan afzonderlijk, laat staan dat ze elkaar zouden beconcurreren. Zoals Jean Jaurès stelde: “Un peu d’internationalisme éloigne de la nation, beaucoup d’internationalisme y ramène.”
Het is duidelijk dat een verregaand afstemmen van Noord en Zuid op elkaar ons stevige economische troeven in de hand moet spelen tegenover de wild om zich heen grijpende globalisering.
Jarenlang aanslepende problemen zoals de IJzeren Rijn, waarbij Nederland gaat aankloppen bij Duitsland en Frankrijk, maar een as met ons Zuiden maar niet tot stand komt, dienen in het kader van deze eenheidsvisie aangepakt.
Het enorme havenpotentieel van beide deelgebieden kan in positieve zin samengroeien tot een nieuwe Gouden Delta, een stromende levensader te midden van Europa.
Taal en identiteit
Tachtig procent van de menselijke communicatie gebeurt via de taal. De structuur van de taal bepaalt van jongs af aan ook de structuur van het denken. Bovendien geven de mogelijkheden aan concepten binnen zijn moedertaal ook de contouren van het wereldbeeld aan dat ieder mens zal ontwikkelen.
Later wordt de invloed van de taal weliswaar verminderd in de mate dat een kind verder gesocialiseerd wordt en andere elementen zoals leefomgeving, religie, ideologie, politiek, enz. aan belang winnen. Niettemin is het duidelijk dat de taal een fundamentele rol speelt in het ontwikkelen en het bepalen van de identiteit van ieder individu. Doordat de taal één van de belangrijkste dragers is van ons denken, en mensen sociale wezens zijn, hebben groepen die dezelfde taal spreken een speciale relatie met elkaar. De taal vormt aldus een krachtige band die bijzondere mogelijkheden biedt tot samenwerking, zeker als religieuze, politieke en andere scheidingslijnen zwakker worden. Om het met de woorden van de Franse filosoof Albert Camus te zeggen: “Ma patrie, c’est ma langue.”
Eenheid in verscheidenheid
Aansluitend hierbij zal een fundamentele basiswaarde van de Nederlanden die ons voor ogen staan, het respect voor hun interne diversiteit zijn.
Daarin zullen de Friezen en de Luxemburgers zich in eigen taal en cultuur thuis voelen, er zal aan de rechten van de Franstaligen uiteraard niet geraakt worden.
Wallonië kan volwaardig plaatsnemen in dit Lagelands verbond, waarbij – naast de erkenning van haar toebehoren tot de francofonie – tevens ruimte geschapen wordt voor een revitalisering van de thans in België nagenoeg volledig verdrongen en ondergesneeuwde Waalse en Picardische talen.
Aan de zorg voor het Nederlands zal een primordiale rol worden toebedeeld. Zo mag openheid voor het andere ons niet blind maken voor een nefaste verengelsing van ons onderwijs.
En intern moeten wij blijven ijveren voor een echte standaardtaal die Noord en Zuid verbindt, zodat wij als gemeenschap niet door de eigen taal dreigen verdeeld te worden. De ondertiteling van Nederlandse en Vlaamse tv-programma’s in een eigen idioom is daar slechts één beschamend voorbeeld van.
Een instituut als de Nederlandse Taalunie dient in dit verband tot meer slagvaardigheid geactiveerd te worden, opdat het uit zou groeien tot een krachtig instrument ten dienste van de 22 miljoen Nederlandstaligen.
Het eenheidsproces van de Lage Landen is niet gediend met loze kreten in het luchtledige. Wie nu bijvoorbeeld om referenda daaromtrent vraagt, spant de kar voor het paard.
Tegenstellingen vertrekken vanuit onzekerheid (het niet kennen van elkaar), maar in de mentaliteitsverschillen tussen Noord en Zuid ligt juist de kracht voor een succesvolle integratie.
Als we de wederzijdse hebbelijkheden wat beter kunnen relativeren en de positieve eigenschappen uitvergroten, kunnen we tot meerwaarden komen op velerlei gebied.
Wij pleiten voor een realistische en dus stapsgewijze integratie via toekomstgerichte projecten. Zo kan het belang van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden zoals die met Zeeuws- en Frans-Vlaanderen en tussen beide Limburgen of Antwerpen en Noord-Brabant niet genoeg benadrukt worden.
Deze pragmatische opbouw moet kaderen in een totaalvisie op de uiteindelijke eenheid. Wij beseffen dat het een ambitieuze visie is. Maar onder andere de Europese eenwording zal ons – willens nillens – tot steeds intenser samengaan dwingen.
Dat we van elkaar weggroeien is dus niet wenselijk. Politiek is het noodzakelijk om met elkaar op te trekken.
Wij roepen dan ook op tot een samenwerking van allen die, in Noord en Zuid, over partijgrenzen en maatschappelijke positioneringen heen, de Nederlanden als bezielende uitdaging willen helpen realiseren.
Het idee voor dit manifest werd gelanceerd op een bijeenkomst van oud-leden van de Heel-Nederlandse jeugdbeweging, te Edegem op 15 maart 2008. Het manifest kan worden gesteund door een steunverklaring te sturen naar Maurits Cailliau (maurits.cailliau@skynetbe) of een brief te sturen naar: Paddevijverstraat 2, B-8900 Ieper.
KASPER steunt dit manifest.
Dit artikel verscheen in Confiteor!, Zomer 2010.






Eigenlijk hoort dit commentaar bij stem blanco, stem niet!
Het afglijden van de parlementaire democratie wordt duidelijk zichtbaar. Waar de bevolking tussen de pest en de cholera moet kiezen blijft ze dus best weg. De ergernis van de bevolking is trouwens dat ze geen ventiel meer heeft. De bevrediging om met hun stem invloed te kunnen uitoefenen blijft de kiezer onthouden.
Je hoort het dagelijks om je heen, de wens naar verandering, de vaste overtuiging dat het zo niet verder kan breidt zich meer en meer uit.
Het onderscheid tussen partijen is niet meer herkenbaar. Een TV commentator zegt je of nu Groen of SPa aan het woord is.
De stem van het volk wil dat criminaliteit hardhandig wordt aangepakt, de witte-boorden, het pensioen verzekerd wordt, eerst arbeidsplaatsen gecreëerd worden voor de eigen bevolking. De eisen van gelijkslachtigen binnen een “huwelijk” ivm adoptie en erfrecht, de multiculturele toevloed, de criminaliteitsstatistieken welke de herkomst van de daders versluieren, dat alles moet de bevolking er noodgedwongen bijnemen omdat partij-oligarchen geloven dat het zo moet zijn.
Als regeringen deze onevenwichtigheid meer en meer versterken, als alle ventielen geblokkeerd blijven, stijgt de druk. Als de volkswoede zich ontlaadt zal er niemand zijn die de schade afremt, de schade verhindert.
Niemand gaat stemmen! Wat dan? Gepeupel neemt het recht in handen. Er wordt gemoord, vernield, geplunderd. Politie en leger worden onder de voet gelopen.
Wie vangt dit op?
Van Severen is dood en met hem zijn DMO
Beste Inge,
U hebt natuurlijk overschot van gelijk, maar de politiek-correcte meute zou u uiteraard bestempelen als een doorgewinterde ‘fasciste’, wat veroorzaakt werd door allerlei jeugdtrauma’s zoals een katholieke opvoeding, opvoeding in een normaal gezin, opgeleid op toen nog blanke scholen en dies meer. Daardoor zijn de geneugten van de Verlichting (lees: barbarij) u ontgaan.
Bijgevolg dient u monddood gemaakt te worden en indien dat niet lukt, wordt u best opgesloten in een heropvoedingsgesticht na eerst publiekelijk door het slijk gesleurd te zijn in bijna hysterische media.
Waarom niet gewoon Wallonië afschudden? We moeten de huidige problemen (en de problemen van voor 1830) niet importeren in een Grootdietse staat.
Misschien omdat Wallonië historisch gezien al bijna 600 jaar onafgebroken bij ons hoort? En tot de Franse Revolutie overigens zónder problemen.
Misschien omdat het loslaten van Wallonië uit de Nederlanden tot ernstige geopolitieke problemen zal lijden? Het gebied zal dan nl. onder invloed van Frankrijk komen, waardoor de zuidgrens van uw ‘Grootdietse’ staat volledig open zal liggen voor een potentiële Franse invasie, daar die zuidgrens militair onverdedigbaar zal zijn. Daarnaast zorgt dit voor een verstoring van het machtsevenwicht in en rond de Nederlanden, wat een reden tot conflict (niet noodzakelijk oorlog) kan zijn.
Misschien omdat er geen énkel precedent is voor een onafhankelijk Vlaanderen, Wallonië of Dietsland? En er ipso facto dat zo’n kunstmatige staatkundige constructies geen enkele bestuurservaring zullen hebben, wat o.m. voor problemen inzake internationale contacten (bv. geen goede kennis van hoe internationale diplomatie, contacten en onderhandelingen werken)?
In welke wereld leeft gij? Militaire invasie vanuit Frankrijk? Geen ervaring inzake internationale contacten? Wat met al onze huidige diplomaten?
Er staat duidelijk ‘POTENTIËLE’ voor, hoor.
En Vlaanderen heeft inderdaad zo goed als géén kennis van internationale diplomatie. De Franstaligen daarentegen, mijn beste, hebben die wél én – belangrijker – weten die ook nog eens héél goed aan te wenden, zoals de perikelen over de “onderdrukking” in de Vlaamse Rand voor de Raad van Europa Vlaanderen al meermaals – onterecht! – internationaal met de zwarte piet opgezadeld hebben.
Ik herhaal: gelijk welke kunstmatig gecreeërde staat zal nul komma nul staatsbestuurlijke ervaring kunnen voorleggen, wat op het internationale toneel een niet te onderschatten nadeel zal zijn.
België heeft 5 diplomaten in China, Nederland heeft er meer dan 20. Wat zegt ons dat?